11 oktober 2020

Altijd welkom

Bijbeltekst: Mattheüs 6:5-18
Dienstsoort:

Samenvatting

Bidt u/jij nog wel? Dat is een vraag die altijd actueel is. De Heere Jezus en de apostelen hebben heel vaak opgeroepen tot gebed. Dat zegt blijkbaar iets over de zwakke plek in ons geloofsleven. Volharden in het gebed gaat blijkbaar niet vanzelf. De Heere Jezus richt vanochtend de aandacht op ons gebedsleven. Hij doet dat niet om ons te veroordelen, maar om ons uit te nodigen te delen in de rijkdom van het gebedsleven. Blijkbaar is het gebedsleven dat Hij ons voorhoudt zo zegenrijk dat Hij er ons toe nodigt en aanspoort.

Wat motiveert ons eigenlijk om te bidden? Twee mensen kunnen heel verschillend bidden. In dit gedeelte lezen we over de huichelaars die baden om gezien te worden. De joden kenden het gebruik van gezamenlijk bidden. Dat is natuurlijk geen probleem, maar dat wordt het wel als dat een middel wordt om je vroomheid te etaleren. We zullen dat misschien niet allemaal herkennen, maar waarschijnlijk herkennen we wel het gevoel dat bidden móet. Als ik het niet doe of te weinig, dan voel ik mij schuldig. Onbewust wordt gebed dan iets van een wet, een plichtpleging. Je kunt bidden als iets dat moet, maar je kunt het ook zien als een zegen. Dat doet je bidden uit verlangen naar God. Dat verlangen sluimert op de bodem van het hart van iedere gelovige. De Heilige Geest werkt dat verlangen naar de omgang met God. Jezus wakkert in dit gedeelte dit verlangen aan. De vele aansporingen in de Bijbel tot het gebed moeten we ook in dat licht lezen. ‘Volhardt in het gebed’, ‘Bid zonder ophouden’, ‘Waakt en bidt’. Leef ik zo?

In de drukte van het bestaan is het niet altijd makkelijk om tijd te nemen voor bidden. Maar het is ook een probleem van onze tijd dat we geen ritme hebben. Ons leven wordt nauwelijks bepaald door vaste gebedstijden en onze aandacht wordt voortdurend door van alles opgeëist. De onrust van onze tijd heeft zich verinnerlijkt. Iemand zei eens: ‘wie niet op vaste tijden bidt, bidt op een gegeven moment nauwelijks meer’. Vaste tijden agenderen voor gebed is daarom heel belangrijk. Gebed is een genadegave die je brengt bij de levensbron van je bestaan.

De Heere Jezus bemoedigt ons in vers 6 om God aan te roepen in het gebed. We mogen in onze binnenkamer naderen tot de allerhoogste God, Die we mogen aanroepen als onze Vader. In de Heere Jezus mogen wij God zó kennen. Dat vraagt eerbied en ontzag en maakt het gebed zo ongewoon. Als je beseft dat de grote God vol van majesteit tegelijk onze Vader is. We zijn geschapen om met God te leven en gebed verbindt met Hem. Gebed maakt je daarom echt tot mens. De Heere Jezus spreekt over de binnenkamer. Trek je daarom af en toe terug in de stilte, want daar in het verborgene is God. Je hoeft God dus niet eindeloos te zoeken om Hem te vinden. Misschien zijn er wel mensen die daar tegenaan lopen, die vaak het gevoel hebben dat God ver weg is. Hoe komt dat? Waarom zie ik Hem niet? Misschien heeft dat wel te maken met onze manier van kijken in onze geseculariseerde cultuur. Misschien moeten we wel stoppen met zoeken, om God te vinden in de stilte. De dichter van Psalm 139 dichtte het al; waar ik ook ben of ga, God is erbij. We zien God niet, maar Hij is er wel. Hij is een eeuwigheid te groot voor ons om Hem te zien. Hij vervult hemel en aarde, maar ook de kleine stille ruimte waarin je bidt. Hij is aanwezig door Zijn Heilige Geest in het hart van ieder die gelooft in de Heere Jezus Christus.

Er zijn zulke belangrijke redenen om die binnenkamer steeds weer op te zoeken. Deze ontmoetingsplaats van het gebed is betaald met het kostbare bloed van onze Heere Jezus. Hij heeft Zijn leven gegeven om de weg tot God vrij te maken. Geef God daarom niet het overblijfsel van je tijd, maar maak tijd en ruimte voor het gebed. Een andere reden om te volharden in het gebed is dat gebed geen tijdverlies is. Gebed leert ons juist om op een goede manier met onze tijd om te gaan. Gebed verbindt ons hele leven met God. Door het gebed te beoefenen zal het bewustzijn van Gods aanwezigheid groeien. Met onze onrust en kwetsbaarheid mogen voor Hem verschijnen. We mogen ook bidden voor anderen, zoals de Heere Jezus ons ook voorhoudt om te bidden om de komst van Gods Koninkrijk.

We hoeven niet met allerlei omhaal van woorden te bidden om daarmee te proberen God over de streep te trekken, want God kent mij beter dan ik mijzelf ken. Er kunnen momenten zijn dat God Zijn aangezicht verbergt. Het komt daarom ook aan op vertrouwen: vertrouwen dat Hij weet wat ik nodig heb. Daarom is bidden soms ook stilzijn en luisteren naar wat God zegt, omdat Hij beter weet wat ik nodig heb. Dan kan zomaar een Bijbelwoord in je hart vallen waardoor je weer rust en hoop vindt. Mag er daarom ook ruimte zijn in ons gebedsleven om te ontdekken wat ik nodig heb, want misschien zie ik zelf wel van alles over het hoofd.

Jezus geeft die prachtige belofte ‘Uw Vader zal het u in het openbaar vergelden’. God geeft niet alles wat wij vragen, maar Hij geeft wel alles wat wij nodig hebben. En Hij geeft altijd Zichzelf, dat heeft Hij laten zien in Zijn Zoon de Heere Jezus Christus. Wat een redenen om het gebed te koesteren! Om het weg te halen van het terrein van het moeten en het te plaatsen op het terrein van het verlangen. `Gebed is die zaak in de dienst van God waarover u het meest moet waken’ (Ryle). Het is misschien wat kort door de bocht, maar het gemeenteleven raakt niet in verval door gebrek aan diensten, maar door gebrek aan gebed.  Wie geleerd heeft om dagelijks te bidden, kan het hebben als we in deze tijd minder naar de kerk kunnen komen.

Archieven

Categorieën