24 juni 2018

Drie marsorders

Predikant:
Bijbeltekst: 1 Thessalonicenzen 5:16-18
Dienstsoort:

Samenvatting

Tekst voor de verkondiging: 1 Thessalonicenzen 5 vers 16-18

Thema van de preek: ‘Drie marsorders’
3 gedachten (marsorders):
Blij zijn (vs.16)
Bidden (vs.17)
Bedanken (vs.18)

“Dank God in alles” is een mooie tekst voor dankzegging voor het Heilig Avondmaal. Het
kan echter heel moeilijk zijn om God in alles te danken, bijvoorbeeld als we ernstig ziek
zijn, we in de steek gelaten worden of geen zekerheid hebben in het geloof. Zou Paulus
niet een paar mensen kunnen uitzonderen van deze marsorde? Er staat echter niet “dank
God voor alles”, maar “dank God in alles”. Dan kijken we in alle omstandigheden naar
omhoog, naar God. Dan kijken we naar het kruis. Dan is er altijd reden om dank U wel te
zeggen.
Paulus gebruikt hier het beeld van een leger (in vers 8 wordt gesproken over een harnas
en een helm), waaraan hij commando’s geeft. Paulus had in Thessalonica gepreekt over
een andere Koning, Die we kunnen dienen door ons af te wenden van de afgoden. De
mensen werden onderdanen van Koning Jezus. In vers 11 wordt opgeroepen om elkaar te
bemoedigen. In vers 12 gaat het over gezagsverhoudingen: gemeenteleden dienen de
ambtsdragers te erkennen (die u leiding geven en u terechtwijzen). In vers 14 worden de
ambtsdragers opgedragen om ongeregelden terecht te wijzen, moedelozen te
bemoedigen en de zwakken ondersteunen. Hier is geestelijke moed, hulpvaardigheid en
geduld voor nodig.
Blij zijn (vs.16)
Hoe kun je altijd blij zijn? Paulus heeft heel wat meegemaakt: in Filippi is hij gegeseld en
heeft hij in de gevangenis gezeten. In de Fillipenzenbrief schrijft Paulus vaak over verdriet,
maar toch roept hij op om blij te zijn. Ondanks onze tranen kunnen we blij zijn in de Heere.
Het wordt dan: Jezus eerst, dan een ander, ikzelf het laatst. Geluk uit zich in blijdschap:
“welgelukzalig is het volk welks God de Heere is.” Je mag dan weten dat niets je kan
scheiden van de liefde van de Christus en dat alle dingen meewerken ten goede
(Romeinen 8). Johannes de Heer zegt dat christenen op nachtegalen lijken, want die
blijven zingen tot in de nacht (zingen daar ik Hem verwacht, psalm 25). Paulus zong zelfs
in de gevangenis lofzangen in de nacht.
Bidden (vs.17)
Gebeden zijn de levensbelangrijke verbindingslijnen met God. Door die lijn dalen de gaven
neer. Zonder bidden wordt je niet beschermd voor de aanvallen van de satan. Dit heeft te
maken met een gebedshouding. Naast de vaste tijden wordt er veel gebeden “met de pet
op”. Nehemia deed een schietgebedje aan het hof van de koning. Bidden kan dus altijd en
overal. Gebed is geestelijke strijd. Ook al voel je niets, moet je toch doorgaan met bidden.
God hoort ons gebed. Als we geen zin hebben om te bidden, moeten we dat tegen de
Heere vertellen (dan doen we toch nog een gebed). Toen Jozef vanuit de put omhoog
keek, zag hij wel de sterren.
Bedanken (vs.18)
God wil dat iedereen behouden wordt. Wij mogen God danken dat wij kinderen van God
zijn. Wij worden opgeroepen om op God te vertrouwen en te danken: dat is een gebod. De
Heere Jezus was toch dankbaar ten tijde dat veel mensen Hem verwierpen. Hij zei: “Ik
dank U Vader in de hemel dat U deze dingen voor de wijzen verborgen hebt en aan de
eenvoudigen geopenbaard hebt (Mattheus 11). Het is moeilijk om te klagen over onze
schoenen als je iemand ziet die helemaal geen voeten heeft. Dankbare mensen zijn
ruimhartig en gezond. Als je ondankbaar ben, ben je op jezelf gericht. Als je dankbaar
bent, ben je gericht op de ander. Als je dankbaar bent, heb je vrede in je hart. Bekering
heeft te maken met je gedachten: niet denken, maar omdenken. De Heere Jezus zegt: kijk
eens naar de lelies op het veld. Dat is “bloem-denken.” Wat mooi dat doornstruiken rozen
heeft (in plaats van zeggen wat jammer dat er doorns aan rozen zitten). De week mag een
dankbaarheidsweek zijn voor de genade van God.
Amen.

 

Archieven

Categorieën