30 april 2017

ds. A.A.F. van de Weg1 Petrus 2:25

Bijbeltekst: 1 petrus 2:19-25

Samenvatting:

1. Gezocht door Hem (want u was als dwalende schapen)
Een schaapskudde (ze lopen tegenwoordig zelfs in Rotterdam rond) met een herder ziet er rustig en liefelijk uit. Het is echter anders als de herder en de schapen van elkaar gescheiden zijn. De schapen gaan dan dwalen. Schapen zijn nogal koppig en eigenzinnig. Als je schapen de vrije hand geeft, gaan ze doelloos en hulpeloos ronddwalen. Ze zijn dan overgeleverd aan de machten, de wilde dieren en uiteindelijk de dood. De gelijkenis heet niet voor niets “van het verloren schaap”: daarin ligt de uiterste consequentie van een verdwaald schaap.
In het vorige hoofdstuk heeft Petrus geschreven wat het is als je de Heere Jezus kent. Je bent dan verlost van je zinloze levenswandel. Misschien hebben we dat wel meegemaakt: heel direct of heel geleidelijk. Als je verdwaald bent geweest en weer terecht bent gekomen, kun je gerust terug kijken. Toch roept Petrus de verdwaalde toestand in herinnering. Dit doet Petrus om te laten zien hoe doelloos, leeg en zinloos het leven zonder God toen was. Je realiseert je dan nog meer dat dat voorbij is. Zo krijgt de herder alleen maar meer waarde en betekenis in je leven.
Dwalende schapen kun je ook zielig vinden: dat bedoelt Petrus hier echter niet. Petrus verbindt het dwalen namelijk met zonde (vers 24). Zonde is geen lot, maar een daad: daar ben je zelf verantwoordelijk voor. Als het goed is zijn we wel bewogen met mensen die zonder God ronddolen, maar het zijn geen slachtoffers, maar daders. Dwalende schapen hebben er wel zelf voor gekozen. Wij hebben de neiging om bij God weg te lopen (zie artikel 17 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis). Denk aan het volk Israel, maar ook aan individuele personen.
In Jesaja 53 staat al “wij dwaalden allen als schapen”. Petrus schrijft niet zomaar over het dwalen, maar hij heeft het zelf meegemaakt. Petrus was een visser en verliet de netten toen Jezus “volg Mij” tegen hem zij. Leven wij onder het toeziend oog van de Herder, of zijn wij bezet met andere dingen? Petrus wil het niet alleen hebben over de schapen, maar vooral ook over de Herder. In Matheus 9 kijkt de Heere Jezus naar de mensen: Hij overzag de schare en werd met innerlijke ontferming bewogen, omdat Hij zag dat zij ronddwaalden als schapen zonder doel. Vanmiddag kijkt de Heere Jezus ook met bijzondere belangstelling naar ons. Ten diepste zijn wij vermoeid en verstrooid. Vanmiddag mag Jezus ons aangeboden worden, ook al hebben wij ons leven lang onze rug naar Hem toegekeerd. Wij hoeven niets in beweging te brengen voordat de Herder naar ons toekomt. Jezus gaat er voor zorgen: Hij gaat er zelf op uit en gaat het verloren schaap zoeken. “Ik ben de goede Herder en Ik stel Mijn leven voor de schapen.” Kent u die Herder, die u zoekt?

2. Gevonden door Hem (maar u bent nu bekeerd tot de Herder)
De Herder zoekt niet alleen, maar Hij vindt ook. Hoe worden we eigenlijk op het spoor gezet om de Herder te volgen? Ook dat is te danken aan de Herder: Zijn hart is er op uit om ons te redden en gelukkig te maken. Wat heeft het Hem gekost: “U bent duur gekocht”. Alzo lief had God de wereld dat Hij Zijn eigen Zoon gegeven heeft. Als een Lam werd Hij naar de slachtbank geleid. We leven vlak na pasen. Jezus stond na Zijn opstanding weer voor de discipelen met de groet “vrede zij ulieden”. In Markus 16 wordt Petrus speciaal genoemd om aan hem te verkondigen dat de Here Jezus is opgestaan. Zover gaat God met Zijn liefde: Hij verkoopt het met Zijn dood opdat wij zullen leven. Hij aan het kruis en ik aan het voet van het kruis. Uw liefde zocht mij. Door genade ben ik een kind van God. U bent waardig om te ontvangen alle aanbidding lof en eer. Petrus is als een schaap onttrokken aan de macht van de boze.
“U bent bekeerd” betekent dat u 180 graden bent omgedraaid: naar God toe. Die omkering is een proces dat alsmaar doorgaat. U moet u zelf steeds weer richten op de Herder. Het dwalen is wel voorbij, maar wij hebben Hem toch niet altijd in het oog. Dat is om ons voor te schamen. Hij heeft Mij lief, maar schril steekt onze liefde voor Hem daar vaak bij af. Toen Petrus de woorden uit onze tekst opschreef moest hij wellicht terugdenken aan de zaal van de hogepriester. Bij het vuur heeft Petrus Zijn Meester driemaal verloochend. Als de haan kraait, draait de Heere Jezus zich om. Petrus liep weg, maar Jezus kwam achter hem aan. Toen Petrus wegging weende hij bitter. Jezus ging alleen verder op Zijn lijdensweg. Maar nu roemt Petrus Zijn Herder. De Herder die zich blijft ontfermen over Zijn schapen.

3. Bewaard door Hem (de Opziener van uw zielen)
Een opziener is niet alleen met de buitenkant, maar ook met de binnenkant bezig. Deze herder doorgrondt en kent Zijn schapen. Hij is de opziener van onze zielen. Jezus zei eerder tegen Petrus dat de satan hem wilde ziften als de tarwe. Pas later had Petrus door wat Jezus daarmee bedoelde. Als wij ons onbegrepen voelen, kunnen we het moeilijk hebben. Er is er echter Één die wel doorvoelt wat wij voelen. Petrus schrijft hier aan de christenen die verstrooid zijn door vervolging. Als je Jezus liefhebt betekent dat dat je jezelf verloochent en het kruis opneemt en Jezus volgt. Je doet dat net als zoveel anderen die ons zijn voorgegaan. Ook in psalm 23 gaat het door het dal van de schaduw des doods heen. Maar: “U bent met mij”. Als we denken er aan onderdoor te gaan, leidt Hij ons er doorheen. Hij gaat voor en Hij leidt mij in het spoor van Zijn gerechtigheid. Als we er niets van zien, dan is het Zijn stok en Zijn staf die mij vertroosten. Nog even en de herder haalt de schapen één voor één naar Zich toe. Het zal dan worden tot één Herder met één kudde. Hij gaat voor en geleidt mij: wat een Herder!
Amen.

Archieven

Categorieën