23 april 2017

Jezus verschijning aan Thomas

Predikant:
Bijbeltekst: Johannes 20:24-31

Samenvatting:

Samenvatting

Thomas was er met Pasen niet bij toen Jezus aan zijn discipelen verscheen. Ze hadden wel gehoord dat Hij was opgestaan, maar nu kwam Hij bij hen. Maar Thomas zag het allemaal niet meer zitten, hij was in zichzelf gekeerd van verdriet en teleurstelling. Zijn hoop was vergaan. Tien getuigen vertelden hem: Hij is opgestaan, maar Thomas wilde het zelf zien en voelen, de tekens van de kruisiging, anders geloofde hij niet. Herkenbaar?

Jezus heeft gehoord van Thomas’ twijfel. Toen de discipelen weer bij elkaar kwamen op de eerste dag van de week, was Thomas er wel bij. Die eerste dag van samenkomst wordt dus dan al ingesteld. Jezus stond in hun midden, ondanks de dichte deuren. Hoe Hij daar kwam? Dat staat er niet bij, maar het is wel kenmerkend voor de tijd na Zijn opstanding en een voorbereiding voor de tijd na Hemelvaart. ‘Vrede zij ulieden’, zei Jezus. De Vredevorst wil ook in ons gesloten hart, als we Zijn vrede maar willen ontvangen. Dan worden we daar blij van.

Daarna zei Hij tegen Thomas: Kom hier met uw vinger en bekijk Mijn handen, en kom hier met uw hand en steek die in Mijn zij; en wees niet ongelovig, maar gelovig. De Heere weet zijn en onze gedachten en komt aan zijn (en ons) verlangen tegemoet. Thomas hoorde dat God van hem afweet. Dat horen wij ook steeds: Hij kent van verre onze gedachten. Dat is een troost, ook al is Hij niet lijfelijk in ons midden. ‘Wees niet ongelovig, maar gelovig’, zei Jezus. En Thomas komt tot zijn belijdenis: ‘Mijn Heere en mijn God’. Jezus had in de tijd van Zijn omwandeling laten horen en zien wie Hij was, maar het bracht niet iedereen tot (h)erkenning en belijden van Zijn Messias-zijn. ‘Zien’ betekent dus niet automatisch ‘geloven’.

Het Woord is vlees geworden en onder ons geopenbaard. Het Woord is God, schrijft Johannes. Dat is Zijn liefde om ons in Zijn armen op te nemen. Wij mogen ons vastklampen aan Zijn omarmende liefde en zeggen met Thomas: ‘Mijn Heere en mijn God’! Dat vind God fijn als we ons geloof belijden.

Zalig zijn zij die niet zien en toch geloven, belooft Jezus. Eenmaal komt Jezus terug op de wolken van de hemel. We moeten ervan af dat we alleen tot geloof kunnen komen als we Hem maar lijfelijk te zien krijgen. Toch zegt Jezus dat we uitermate gelukkig zullen zijn als we open staan voor het geloof en ons door Hem laten leiden. Jezus is de Zoon van God en we mogen leven door het geloof in het Woord, waarin Hij zich aan ons openbaart.

Aan het begin van elke dienst wordt de genade en vrede van God aan ons overgebracht. Het geloof is uit het gehoor, zegt Paulus. Bid God dat hij door het Woord uw ongeloof weg neemt en we belijden: ‘Mijn Heere en mijn God ‘!

Archieven

Categorieën