18 februari 2018

Ds. S.J. van der Vlies – Markus 7:1-23

Bijbeltekst: Markus 7:1-23
Dienstsoort:

Samenvatting

De boodschap van de Heere Jezus aan de Farizeeën is eigenlijk dat de spijswetten er niet meer toe doen. Deze spijswetten waren echter wel belangrijk voor de Farizeeën. Er is een spanning tussen het geloof en de manier waarop je het vorm geeft. Een spanning tussen de binnenkant en de buitenkant. De Heere Jezus zegt dat het niet om de vorm en de buitenkant gaat, maar om de binnenkant (je hart en wil).
Op school, thuis en in de kerk zijn er allerlei regels. In de kerk hebben we allerlei regels over gebed, doop, avondmaal, enzovoorts. De regels helpen ons om op een goede manier met elkaar samen te leven. Wij kunnen niet zonder godsdienst, want we moeten het geloof een bepaalde vorm geven. Jezus wijst er echter op dat het niet gaat om de godsdienst, maar om het geloof.
Jezus heeft gesprek met drie groepen, eerst de farizeeërs (vers 1-13), daarna kort met de omstanders (vers 14-16) en tenslotte met de discipelen (vers 17-23).

De Farizeeën komen met een delegatie van wetgeleerden uit Jeruzalem. Wellicht komen ze voor een aanklacht tegen Jezus, want in Marcus 3 heeft men al besloten dat men Jezus wil doden. Omdat Jezus zo anders is, kan men niet geloven dat wat Hij zegt waar is. Daarnaast speelt er een machtsstrijd, want men vindt dat er veel te veel mensen achter Jezus aanlopen. Desondanks gaat de Heere Jezus met de Farizeeën in gesprek. Als wij zoiets meemaken hebben we de neiging om terug te vechten, of te vluchten. We kunnen van Jezus’ houding leren dat we altijd bereid moeten zijn om met anderen in gesprek te gaan, wie hij/zij ook is, wat hij/zij ook denkt of zegt.
De Farizeeën zijn bezig met de vraag hoe ze hun geloof moeten vormgeven. We moeten dus voorzichtig zijn met een oordeel over de Farizeeën omdat wij ook vaak bezig zijn met de regels van de godsdienst. Ook wij denken te weten hoe we op een bepaalde manier het geloof moeten beleven. Hier gaat het over het wassen van de handen, wat alle joden doen. De Farizeeën vragen waarom de discipelen dit niet doen. Jezus refereert aan Jesaja, die zegt dat je met je hart of met je lippen God kunt dienen (vers 6). Jezus zegt dus dat De Farizeeën huichelaars zijn. Het lijkt er op dat je met deze regels God dient, maar dat is niet God met je hart dienen. Het zijn regels van mensen en die hebben geen waarde. Dit is net zo confronterend als iemand tegen ons zou zeggen dat ons bidden geen waarde heeft. Wat zou God van onze godsdienst vinden?

Jezus gaat nog verder door te zeggen dat door de godsdienst van de Farizeeën de wet van God krachteloos wordt gemaakt. Hierbij gebruikt Jezus het voorbeeld van Korban: geld dat beschikbaar is voor de tempel wordt niet gebruikt om mensen in nood te helpen. Wij kunnen ook redeneringen hebben die niet overeen komen met wat God van ons vraagt.
Jezus stelt dat de mens verontreinigd wordt door dingen die van hen uitgaan (door denken, spreken en doen), niet door wat de mens binnengaat. In het koninkrijk van God zijn al die spijswetten niet meer belangrijk. Het gaat alleen maar om je hart: geloof je in Jezus Christus, de Zoon van God?

Het gaat hier niet alleen over de Farizeeën, want de discipelen begrijpen ook niet wat het koninkrijk van God werkelijk inhoudt (vers 18). In Handelingen lezen we zelfs dat Petrus nog steeds aan de spijswetten vasthoudt. Dit moet ons bescheiden maken over de geloofsbeleving van een ander en van onszelf. Andere mensen kunnen hun geloof heel anders beleven dan jijzelf. Verschillen worden onder andere veroorzaakt door verschil in leeftijd en cultuur. Het gaat er uiteindelijk om dat u met uw hart geloofd en met uw mond belijdt dat Jezus uit de doden is opgestaan (Romeinen 10: 9). Want een ieder de naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden (Romeinen 10: 13).

Samengevat kunnen we de volgende 3 dingen leren uit dit bijbelgedeelte:
1. Jezus respecteert de Farizeeën en schriftgeleerden en gaat met hen in gesprek. Leerzaam: wie de ander ook is, wat er ook allemaal is gepasseerd, je bent bereid met hem of haar het gesprek aan te gaan.
2. Het gaat niet om de vorm van onze godsdienst, maar om je hart. Vind je het genoeg om (slechts) in Mij te geloven?
3. Het feit, dat zelfs de leerlingen van Christus Jezus het evangelie van het koninkrijk van God niet begrepen, maakt ons bescheiden als het gaat om geloofsbeleving: wees voorzichtig naar anderen en mild naar jezelf. Als u met uw mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden.
Amen.

Archieven

Categorieën