6 augustus 2017

ds. W. Westland Genesis 50:15-26 Exodus 13:14-20

Predikant:
Bijbeltekst: Genesis 50:15-26 ,Exodus 13:14-20

Samenvatting:

We gaan naar een sterfbed, van Jozef. Hij had de droom van Farao verklaard. God wees aan wat er ging gebeuren. De dromen worden werkelijkheid. Hij wordt onderkoning gemaakt. We zien de leiding van God. Jozef wordt het middel om zijn volk in leven te houden. We zijn tachtig jaar verder. Jakob is gestorven en ook Jozef is 110. Hij gaat sterven. Hij beëindigd zijn leven, staat er. Als Paulus die de loop gelopen heeft. En het geloof behouden.
Wat zou het triest zijn als we alleen voor deze aarde leefden. Bij Jozef is dat anders. Hij wist, de Heere ging mee, ook al moet hij alles achterlaten. We wilden allemaal wel sterven als Gods kinderen, maar willen we ook leven als Gods kinderen? Hebben we die keus gemaakt? Bij de Heere Jezus is plaats voor zondaren. Wij bepalen het einde van ons leven niet. Als je weet dat Christus je Zaligmaker is, dan zal het einde toch vrede zijn.

Jozefs broers staan rondom zijn sterfbed. Waarschijnlijk ook kleinkinderen. Ik ga sterven. Maar God zal naar jullie omzien. Zo in Hebreeën 11: door het geloof zag hij de uittocht al. Ook de verdrukking. Jozef kijkt door een verrekijker. Hij ziet de uittocht. De Heere spreekt, tot de vaderen, die het doorverteld hebben aan hun kinderen. 400 jaar zouden verdrukt worden en daarna met veel vee en rijkdom teruggaan naar Kanaän.
Wij willen graag zelf op de been blijven, maar we zien in Gods wet hoe we echt zijn. Maar de Heilige Geest wil ons ook leren wie de Heere Jezus is. Hij maakt je leven nieuw, geeft je kracht om tegen het kwade te vechten. Heere U hebt het toch gezegd. Hij geeft hoop als er geen hoop meer is.
Ook kan er nog veel verdriet en aanvechting zijn in je leven.
Maar hier aan het eind van zijn leven gaat het Jozef weer om Gods eer. Hij regelt zijn begrafenis. Als christen moet onze begrafenis een getuigenis zijn van de hoop die in ons is. Er blijft maar een woord over: genade. Ik geloof in de vergeving der zonden en de opstanding van het lichaam.

Jozef was onderkoning, hij kon een staatiebegrafenis krijgen. Hier ligt Zafnath Paänea, de Hebreeër die het volk voor hongerdood bewaarde. Een toeristische attractie voor eeuwen. Nee, zijn familie moet zelfs zweren, hij wil mee naar Kanaän. Geen beroemde naam in de geschiedenis. Maar Kanaän, land door God beloofd, weinig aanzien in de wereld, maar het land waar de Messias geboren zou worden, gekruisigd worden, zou opstaan en opvaren.
Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen. Is dat ook jouw, uw leven? Uw keuze? Gaat je hart uit naar Egypte? Blijf niet hinken op twee gedachten, eet niet van twee walletjes.
Misschien dat u het moeilijk heeft, mijn hart zich nog zo vast aan deze wereld. De praktijk van alle dag is zo anders.
De kist met zijn beenderen wordt niet direct naar Kanaan gebracht, dat gebeurde bij Jakob wel. Dan komt er een Farao die Jozef niet gekend heeft. Ze worden onderdrukt, de Joodse jongetjes moeten gedood. Maar al die tijd stond die kist van Jozef daar als profetie. God zal uitkomst geven. Jozua 24 lees je hoe de beenderen van Jozef werden begraven. Als die 400 jaar was de kist een zichtbaar teken. De Heere vervult Zijn belofte.
Breng uw gebroken leven maar bij Hem. Geef de zaak uit handen en verwacht het van Hem. Ik heb je schuld betaald – Ik heb gebeden dat uw geloof niet ophoude.
Wat een evangelie. Hoorbaar en zichtbaar. Ook voor ons in de sacramenten. Houd dan maar aan Hem vast. Mijn lichaam wordt wel eenmaal begraven. Als ik in geloof mag sterven mag ik ingaan in het land der rust. Op Zijn wederkomst zullen de graven open gaan. In Hem zijn alle beloften ja en amen, Gode tot heerlijkheid.

Archieven

Categorieën