1 mei 2016

Een ontdekkende vraag op een ontdekkende plek

Predikant:
Bijbeltekst: Johannes 21:15a
Dienstsoort:

Samenvatting

We waren verhuisd en woonden in een prachtig nieuw huis, mijn ouders waren er zo trots op. Allemaal een eigen kamer. De binnenmuren waren zacht. Daar kon je zo een punaise in prikken. Zouden spijkers ook makkelijk gaan? Ja hoor, en ik sloeg er nog een in en nog een een en nog een. 15 dikke spijkers en ik was helemaal druk. Mijn moeder kwam binnen en vond het niet zo'n geen goed idee. Het nieuwe huis, vol met dikke gaten. Die gaten bleef je altijd een beetje zien. En dan kwam mijn moeder wel eens binnen en wreef eens over die plek. De Heere God doet dat ook wel eens, Hij herinnert ons aan de dingen die verkeerd gingen. Toen jij of God verdrietig was, toen je er een gaatje in je hart kwam – zonde. Daar was de Heere zo vedrietig over. Waarom laat Hij dat wel eens zien? Om er voor te zorgen dat je de Heere Jezus nodig hebt, dat je zonden vergeven worden.
Soms maak je iets mee, dat allerlei herinneringen bij je wakker maakt.
We worden meegenomen naar de zee van Tiberias. Even daarvoor is een geweldig wonder gebeurd. Na een nacht niks gevangen te hebben – wat is dat frusterend – op een aangeven van Jezus hadden ze het over een andere boeg gegooid. Nog nooit zo vol was het net geweest. Het is de Heere! Nu hebben ze gegeten en ze zitten op het strand. Hoe heeft Petrus daar gezeten. Een kolenvuur, staat er nadrukkelijk, zoals het vuur waar Petrus zich aan warmde in de hof van Kajafas. Ik ken Hem niet!! En nu op dat stille strand van Galilea. Opnieuw moet hij driemaal antwoorden. Pijnlijk. Dat doet Hij ook in uw en mijn leven.
Bij God is het niet 'gebeurd is gebeurd' zand erover, Zo goedkoop zijn zijn liefde en genade niet. Weet je nog wat je toen zei en keek en luisterde, toen niemand anders jou zag, maar Ik jou wel? Hij spreekt je daar op aan. En niet alle discipelen tegelijk. Ze hadden Hem allemaal verlaten. Als Hij je aanspreekt doet Hij dat heel persoonlijk. Zou God mij alleen bedoelen, zou de dominee wat gehoord hebben? Je luistert alsof je alleen in beeld bent. Hij heeft u ook op het oog.

Ineens is het Petrus. Simon, heb jij Mij meer lief dan dezen? Petrus moet verrast hebben opgekeken. Niemand omdat Hij begon te spreken? Wanneer begint Hij er over... maar wel van het feit dat de Heere Jezus hem noemt bij zijn oude naam, dat had hij 3 jaar niet meer gedaan. Simon heette Petrus. Hij is geen Petrus meer. De naam Rots was hem niet waard gebleken. Zo noemde Hij hem voor het eerst, voor dat Gods genade in zijn leven kwam. Hij herinnert Petrus aan zijn afkomst. Als de Heere God je aanspreekt is Hij zo eerlijk. Mensenkind, zondares, broos en wankelend mensje in het stof. God spreekt je aan alsof er niets is gebeurd in je leven, alsof je nooit naar het HA gaat. Om je te ontdekken wie je werkelijk bent. Omdat Petrus zelf door zijn ontkenning had gedaan alsof er niets met hem gebeurd was. Wat gooien we Gods genade toch makkelijk weg soms. Soms ben je zo aangesproken. Hier hoor je iets dat je buiten niet hoort. En dan als het er op aan kwam – ik ken Hem niet. Toen er een getuigenis nodig was, of toen je ziek werd, toen je een keus moest maken. Niemand merkt het aan je, dat je de prachtigste preken hoorde, Alsof er nooit wat met je gebeurd was. Ons leven is zo vaak een ontkening – nee niet hier, hier is het makkelijk. Ook voor mij als dominee. We zijn het vaak eens – maar buiten, dan is mijn leven zo vaak een ontkenning van Zijn naam en dan zegt de Heere – kunnen we praten? Kom eens bij dat kolenvuur van mijn herinnering zitten? Mensenkind, kind van Adam.
Wat wil Hij dan weten, hoe het dan zit met uw liefde voor Hem. Die vraag wordt gesteld in de wereld: is God een God van liefde? En waarom is er dan leed? Jezus draait het om: Hij vraagt naar liefde, Heb je Mij lief, mensenkind, ben Ik je alles waar? Nee het is niet zo'n makkelijke vraag, geen T-shirt I love Jesus. Jezus heeft alle redenen om Petrus helemaal geen vraag meer te stellen. Hou je nog van me – vraag je wel eens aan je geliefde, zonder dat je daar aan twijfelt. Maar hier niet. Petrus had met vloeken en zweren gezegd, ik ken Hem niet, een volstrekte vreemde. Ik ken de mens niet. Erg hè? Stel je nou voor, dat jij van mama, die altijd voor je zorgt, die nooit kwaad blijft. Ze geven je altijd weer een kus. Stel je voor dat jij zegt, als anderen zeggen is DAT jouw moeder? : – ik heb haar nog nooit gezien, ik vind haar net zo stom als jullie haar vinden.... Stel je voor dat mama dat hoort, stel je voor dat God het hoort – dat je leeft alsof God niet bestaat. Je snapt dat Hij verdrietig is. Hij wil dat het weer goed komt.

Hebt gij mij lief? Dat wist de Heere Jezus toch al? Is dat nodig, weer herinneren aan die verloochening? Hij is toch teruggekeerd? Hij had berouw en was echt in de schuld gekomen en was vergeven. Hij had het geloofd! En deze dag – toen het klonk, het is de Heere, is hij de eerste die naar Hem toe wilde - is dit dan niet too much?
Hij wil dat wij steeds met onze liefde voor Hem voor de dag komen, uit de bekering leven als wedergeboren mensen. Als we Hem openlijk zijn afgevallen moeten we ook openlijk terug komen. Avondmaal vieren is zo opnieuw je liefde en je schuld belijden, ermee voor de dag komen. Hebt u mij lief?
Hij heeft een vraag, hebt gij mij lief? Ja groter nog: hebt u mij liever dan deze? Meer dan de rest? Wat een pijnlijke vraag aan iemand die altijd voorop liep. Vlak voor Zijn lijden – al werden ze allen aan u geërgerd- ik niet! Je kunt denken, ik ben een stuk bescheidener. Maar wij gaan zo snel boven een ander staan, u en jij ook. De een is te oppervlakkig en de ander heeft te weinig diepgang - bij de derde is het weer veel te diep, die heeft veel te weinig kennis, bij die is het erg makkelijk, de ander te zwaar op te hand, ik ben natuurlijk niet zo. Ik ben anders – dat zeg ik niet, maar zo doe ik wel.
Hij laat zien wie je werkelijk bent, heb je meer liefde voor Mij dan de anderen, sta jij op een hoger plan?
Paulus – hoe meer Hij wandelende met Jezus – hoe meer hij zei dat hij de grootste der zondaars was. Hij zei dat omdat hij meer en meer besefte hoeveel genade hij nodig had. Je kunt helemaal niet zeggen dat je een grote zondaar bent, als je de Heere Jezus niet ontmoet hebt. Heb je me lief? Echt lief? Ja ik heb de Heere lief? Echt? Ja. Hoe benauwd zou je het daar kunnen krijgen. Hou je van me – natuurlijk, maar houd je nog echt van me – wat is dat nou voor een gekke vraag – en dan die derde keer- ik zou in huilen uitbarsten. Ik wil niet dat mijn vrouw dat drie keer vraagt.
Ja of nee?
Het is geen open vraag waar je alle kanten mee opkunt. Eeuwig wel of eeuwig wee. Hemel of hel, of wel of niet. Niet bijna wel. Bijna wel de trein halen is hem missen.
Wie de liefde heeft heeft God. Liefdeloos is goddeloos (1 Cor 13). Hebt u Mij lief? De vragensteller is louter Liefde. Niemand heeft meer liefde dan deze die zijn leven stelt voor zijn vrienden en Hij deed het en Hij bidt in de hemel.
Hebt u Mij lief, u die mij vaak hebt laten roepen als een roepende in de woestijn, u die in het ambt staat en de grote Ambtsdrager zo vaak voor de voeten loopt. En jij die zo goed weet wat de Heere van je vraagt en zo gauw de wissel omzet, je zou opstaan en huilend weglopen als je op je zelf kijkt.

Maar dat doet Petrus niet. Hij zoekt het bij Hem. Ja heer, u weet het. Hij laat 'Simon' en 'de rest' – hij zegt niet, ja ik heb u lief, maar: u weet dat ik van u houdt. Het is fout gelopen in uw leven, maar u weet dat ik uniet missen kan.
Dominee bent u bekeerd vroeg iemand aan mij. God weet dat Hij mij veranderd heeft. Je legt het bij God neer en al het geredeneer is weg. U weet het.
Hij vraagt niet - heb je genoeg kennis, of weet je je uitverkoren, heb je je schuld wel genoeg ingeleefd, ben je wel echt bekeerd, heb je wel oprecht gebeden, deugt je geloof wel? Heb je wel echt voor Mij gekozen – daar kunnen we zo mee vast lopen. Het lijkt als zand weg te opem – maar heb jij Mij lief. Dat is de essentiele vraag. Ja zeggen is heel wat, en dat is het ook. Maar nee zeggen ook! Het is allemaal wel intens geweest, maar het is niet aangekomen. Het gaat boven mijn hoofd heen. Ik zie dat niet zetten – ik ga straks weer naar huis en ik pak mijn oude leven op, dat komt er toch niet uit? Toen de hele wereld tegen Hem nee zei, zei Hij ja. Jij moet Mij niet, maar ik moet jou wel.

Jezus gebruikt Agape, de zichzelf opgevende opofferende liefde. Petrus gebruikt filo, een zwakkere vorm van liefde. Petrus antwoodt bevestigend maar bescheiden, hij zingt een toontje lager. In de HSV kun je dat zien. En het wonderlijke is dat de derde vraag van Jezus, ook dat zwakkere woord filo heeft. In de vraagstelling daalt Jezus af naar Petrus. Eerst meer agape dan de rest, dan agape en dan filo.
Pertus is verdrietig omdat Hij het 3c vraagt, maar ook omdat hij het steeds lager vraagt. Maar het mooiste is dat Petrus niet bij zichzelf te rade gaat, Hij legt het bij Jezus zelf neer. U weet dat ik zonder u niet verder kan. Dat u niet anders kunt zeggen, dan Petrus, onder tranen – u weet alles Heere, ik heb geen grote woorden meer, ik ben zo gestruikeld in mijn leven. U weet ook dat ik u lief heb. De herinneringen doen soms pijn, maar dan kom je weer tot die heerlijke belijdenis – ik heb U lief, omdat u Mij eerst heeft lief gehad.
Hebt u Mij lief?

Archieven

Categorieën