14 februari 2021

Een open deur

Predikant:
Bijbeltekst: Openbaring 4:1-11
Dienstsoort:

Samenvatting

Het eerste wat Johannes ziet, is een geopende deur in de hemel. Johannes leefde in de tijd van keizer Domitianus. En alhoewel de christenen over het algemeen nette burgers waren, werd het niet getolereerd dat zij geloofden in een Kurios, een Heer, Die uiteindelijk het laatste woord zou hebben. Ook in deze tijd lijkt het of de irritatie over dit belijden toeneemt en er steeds minder ruimte voor is in kerk en samenleving.

Johannes, voorganger van de gemeente in Efeze, werd door het beleid van deze keizer verbannen naar het eiland Patmos, om daar in eenzaamheid zijn laatste dagen door te brengen. Kwade machten lijken gewonnen te hebben. De zaak van Christus wordt in de kiem gesmoord en Johannes, de prediker van de liefde, is daar het slachtoffer van. Aangrijpend! Heb je soms ook het gevoel dat God lijkt te verdwijnen in de mist en je hart vol is van vertwijfeling? Ooit heb je God alle lof toegezongen, waarbij het niet op kon. Maar nu verdrink je in je verdriet. En als je om je heen kijkt in de kerk, lijkt er zoveel afgebroken te zijn door verslapping. We houden ons hart vast om gemeenteleden die door de coronacrisis het laatste zetje hebben gekregen en zijn afgehaakt. Het werk van God wordt ook nu aangevallen en ondermijnd door kwade machten.

Maar middenin deze crisis mogen we ons hoofd opheffen: ‘En zie!’. Kijk: een geopende deur in de hemel. Geopend, op het moment dat Jezus verzoening voor ons deed. Jezus kwam in de greep van de boze toen hij afdaalde in de hel, zodat wij vrijuit konden gaan. Het voorhangsel scheurde. En nu valt het licht van de hemel in onze aardse duisternis. Het licht nodigt uit en het is ons nu vergund om de troon van God te naderen. Hier mag je genade vinden, kracht van Gods Geest ontvangen. Je mag voor jezelf en je geliefden om barmhartigheid vragen bij God. Hier mag je pleiten op Gods trouw, dat Hij je bij Hem zal houden.

De Opgestane zelf richt het woord tot Johannes: kom hogerop! Johannes wordt optrokken tot in de hemel en hij ziet een troon. Al sluit de hele wereld hier de ogen voor, de troon staat recht overeind en Een zit op de troon waarvandaan Hij regeert. We moeten hierbij wel oppassen dat we onder ‘regeren’ niet hetzelfde verstaan als ‘voorzienigheid’, waarbij we ervan uit gaan dat alles wat er gebeurt op God terug te voeren is. Er is namelijk nog steeds een strijd gaande tussen hel en hemel. Hoewel God, zowel in de tijd van de Bijbel als nu, door de mens wordt onttroond, toch mag Johannes zien dat God nog steeds op de troon zit en doorzet. God voorziet. Daar waar alles dood lijkt te lopen, voorziet God uitkomst en leven in Christus.

God ziet eruit als de stenen jaspis (wit = heiligheid) en sardius (rood = hartstocht, vergeving). God houdt deze beiden bij elkaar, door te voorzien in verzoening. Rondom de troon is een smaragden (groen = hoop, trouw) boog te zien. God is trouw en voorziet tot op de dag van vandaag, door de kracht van Zijn Geest en Woord. God gaat door op het werk wat Hij is begonnen. Verder rommelt het al door donder en bliksem in de troon. Het is om te huiveren, maar tegelijkertijd om te verheugen. Het is de aankondiging dat er op een dag een einde komt aan het kwaad.

Voor de troon staan zeven fakkels, de Geest van God. Ook ziet Johannes rondom de troon van God 24 tronen van de oudsten, vertegenwoordigers van Israël en de andere volken. Een ontelbare menigte mag delen in de overwinning. Ook zijn er nog vier dieren te zien, die iets van de schepping vertegenwoordigen. De leeuw is een teken van kracht, het kalf is een teken van zachtheid, de mens is een teken van de ware mens, van Jezus, de arend is het teken van volle ontplooiing. Dat is de toekomst van ieder die aan God toebehoort. De ogen betekenen: oog voor God en oog voor elkaar, dus volop liefde! Verder is er voor de troon van God een glazen zee, wat doet denken aan het koperen wasvat, waardoor je gereinigd voor God mag leven.

Wat een gezicht! Halleluja voor Hem Die is, Die was, en Die komt! Amen.

Archieven

Categorieën