24 januari 2016

Gij evenwel, Gij blijft dezelfde o Heer

Predikant:
Bijbeltekst: Ezechiël 16:15,35,60
Dienstsoort:

Samenvatting

Drie kernwoorden vandaag: “maar”(vers 15-34) waarin de ontrouw, de zonden van Jeruzalem aan de orde worden gesteld, “daarom”(vers 35-59) over Gods straf op ontrouw, “toch /evenwel” (vers 59-63): een wonderlijke wending, nieuw herstel.
Jeruzalem, of eigenlijk het hele volk Israël wordt voorgesteld als een wegwerpkindje, maar God raapt haar op en gaat dat meisje verzorgen, vertroetelen en opvoeden. God zegt dan : Leef!. Joodse jongens worden op de 8e dag besneden en dan wordt die tekst ook uitgesproken. Het meisje wordt groot, we zijn dan in Exodus aangekomen, het volk wordt groot en het is aan het zuchten onder de heerschappij van de farao. God gaat hen verlossen en dan komt de tijd van de liefde. Het huwelijk tussen God en Israël wordt bij de Sinaï gesloten. Israël wordt Gods volk, een hemelse bruidegom en een aardse bruid.  Het Sinaï-verbond wordt gesloten. De Heere gaat een verbintenis aan met dat volk en Israël belooft trouw aan de Heere. Ze waren gelukkig met elkaar. Vergelijk het met de tijd van belijdenis doen. Als je je ja-woord hebt uitgesproken en getekend hebt, dan ben je elkaars eigendom. Zo mag je vanaf het persoonlijk belijdenis doen zeggen: Ik ben van God en Hij is mijn God. De liefde van God is eenzijdig en soeverein. O, de tijd dat God persoonlijk naar je omzag. Je wilde nooit meer zondigen en Hem alleen dienen. De Heere was de liefste van je leven. Ik ben van U en ik wil leven voor U. Zo waren de Israëlieten bereid om alles voor de Heere te doen wat Hij vroeg. Vers 9-14: de Heere heeft haar niet alleen levend gemaakt, maar maakt haar ook mooi. Als je levend gemaakt bent, dan wast God je zondevuil af, Hij maakt je levend met Christus. Ik zalfde u met olie…Het is een gelijkenis, die je mag toepassen. Op het moment van zondevergeving kreeg je ook de Heilige Geest in je hart. Je was vol van Hem. Hij trok haar kleding aan, geborduurde kleding: beeld van de gerechtigheid van Christus. Dat lijden en sterven van Christus, dat waren de steken om de mantel der gerechtigheid te borduren waarmee ik me mag bedekken. Ik hoef er geen draadje zelf aan te doen. Ze krijgt zelfs schoenen van de Heere: teken van zoonschap in plaats van slaaf. Ze werd in rein linnen gewikkeld. Hij gaf haar dat reine fijne linnen, iets priesterlijks. Ze werd zelfs met zijde bedekt: iets koninklijks. Ze wordt zelfs een koningin. Geen uitgaven en geen kosten werden gespaard om haar te bedekken met het mooiste wat er was. Geborduurde kleding, zijde, fijn linnen , sieraden. De Heere had Zijn volk hartelijk lief. Een kroon op het hoofd, feestelijk. Ze goed is de Heere. Hij gaf me een ring aan mijn vingers; teken van hartelijke liefde en trouw. En Hij geeft haar de lekkerste gerechten; denk aan het avondmaal. Hij overlaadt haar met gunstbewijzen. Er ging een naam van Jeruzalem uit; Israël stond bekend als een modelvolk voor de hele wereld. Zo heeft ook Gods kind tienduizend redenen tot dankbaarheid. De Heere wild met Zijn volk pronken. Zo doet Hij met wie Hij vindt…
Maar dan komt het contrast. De liefde van God tegenover de bittere ontrouw van Gods volk… Die talloze overtredingen tegenover Gods onuitsprekelijke genade… Afgrijselijke ondankbaarheid. Gods goedheid vergeten. Ze hebben Gods liefde vergooid. Zondigen tegen de liefde is erger dan tegen de wet. Dat doet zo’n pijn. Dan worden zonden gruwelen. Zit ik nou zo rot in elkaar…? En jonge muilezel schopt tegen de moeder die hem te drinken heeft gegeven…Geen zondaars doen dat maar Zijn eigen kinderen. Als een straatjongen over wie je je ontfermt en die zich later tegen je keert. Israël zegt nee tegen God. Ze gaan het verkeerde pad op. Zonde voor je bekering is erg, maar daarna is het nog veel erger. Als je weet van vergeving en je zondigt toch door….dan trap je op de wonden van de Heere Jezus. Had je in de begintijd van je bekering ooit gedacht dat je nu zo lauw zou zijn? Dat je zo ver van Hem af zou dwalen? Dat je van iets anders meer zou gaan houden dan van de Heere…? Wat heb je gedaan met je lichaam, dat nu een tempel van de Heilige Geest is geworden? Hoe genadiger God is, des te heiliger zou je moeten willen leven. Maar zo is het niet. We hebben de Geest bedroefd en oneer aan gedaan. Kijk eens naar hoe Ezechiël dit heeft opgeschreven. Dat zit vol erotische taal. Vreemde volken, vreemde goden, afgodendienst. Wat heb je gedaan met Mijn gaven, zegt de Heere. Stel je voor dat je de sieraden die je van je geliefde hebt gekregen geeft aan degene met wie je in overspel leeft…!  Het is wel eens goed om terug te kijken. Weet je nog hoe het was vroeger, toen de Heere je opzocht? Paulus is nooit zijn kom-af vergeten. Hij noemde zich zelf ook op het laatst van zijn leven de grootste der zondaren omdat hij het volk van God vervolgd had. God had het hem vergeven, maar hij kon het niet vergeten.
In vers 36 zegt God: alle hoeren pleegt men een beloning te geven, maar Israël vroeg niet eens om geld maar legde er zelfs geld op toe. Wat doe je met zo’n hoer? Wat doen wij bij  overspel? Bij één keer is er misschien nog vergeving mogelijk al is het verschrikkelijk, , maar bij een leven in overspel? Er volgt straf. De Heere gaat Jeruzalem vergelijken met haar zussen Sodom en Samaria. Sodom is verwoest omdat ze gezondigd heeft tegen de tweede tafel van de wet. Samaria bedreef afgoderij. Maar Jeruzalem, wat jij hebt gedaan is nog veel erger. Zondigen als je de weg weet, maar je bewandelt hem niet, dan zal het je zwaar worden aangerekend. Schokkend. Je wordt door elkaar gerukt. Het begon zo mooi, het gaat verschrikkelijk verder. En hoe eindigt het?
En toch. Evenwel. Dat is volslagen onbegrijpelijk.  God ontfermt zich, terwijl Zijn liefde word veracht. En toch, ondanks Gods gekwetstheid. Evenwel zal Ik aan Mijn verbond gedenken en Ik zal zelfs een nieuw verbond met u maken (vers 62). De Heere denkt terug aan hoe het begon. Niet met jou, maar met Zijn eeuwige soevereine liefde. Terug naar het begin. Hij kijkt terug en vooruit: Ik zal een nieuw verbond met u maken. Evenwel, toch., daar schittert Gods oneindige erbarmen. Het oordeel is niet het laatste woord maar het verbond. Ik zal u een nieuw hart geven…….Dat kan alleen, omdat de Heere Jezus alleen was in de drie-urige duisternis. Om Christus wil. Wat heeft dat voor uitwerking op de kerk , op de gelovige? Opdat u er aan denkt, u schaamt en uw mond niet meer open doet. Dat je buigt en je schaamt. Heere, U zo rein en ik zo vuil….ook na ontvangen genade. Als je je echt schaamt geef je God gelijk; dan praat je niet meer. Toen Newton tot bekering kwam zei hij: nou heb ik een grammetje genade gekregen, en hij dacht dat hij steeds meer genade zou krijgen en rijker zou worden. Maar hij daalde nog meer in zijn eigen achting en God werd groter voor hem. Misschien hebt u wel iets te belijden voor God. Schaam je je misschien, heb je iets te belijden…..? De Heere ging voorbij, Hij stopte en Hij sprak. Gaat u Hem voorbij? Wat doe je met Zijn liefde? Beantwoord je dat? Of doe je liever je eigen zin? Heb je aan de Heere niet genoeg? Wie is de liefste in jouw leven? Waar sta je mee op en waar ga je mee naar bed? De liefde tot God is wonderlijker dan de liefde der vrouwen…. Laat mij slapend op U wachten…veilig in Jezus armen. Kom laten we ons schamen voor deze God. De hand op de mond. Heer, ik niet, U bent alles. Geprezen zij Uw naam om zoveel gunst in eeuwigheid. U bent de aanbiddelijke God, die het met mij uithoudt waar ik al lang een punt zou hebben gezet.

teken

Archieven

Categorieën