8 april 2018

Hij zal onze tranen afwissen

Predikant:
Bijbeltekst: Openbaring 21:4
Dienstsoort:

Samenvatting

Tekst voor de verkondiging: Openbaringen 21 vers 4
En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.

Op een kerk stonden de worden “De Heere is waarlijk opgestaan”. Er was door iemand anders uitdagend onder geschreven “nou, en?”. Dit is confronterend en spottend. Maar wat merken wij er eigenlijk van in de dagelijkse praktijk dat de Heere waarlijk is opgestaan? Is daarna voor ons wel het nieuwe leven aangevangen? Ons paas-geloof kan keer op keer onder spanning staan. Aan de ene kant is de opstanding van Jezus een weergaloos wonder: de zonden en de dood zijn overwonnen. Aan de andere kant wordt deze paas-vreugde vaak doorkruist door doodsberichten, zoals aanslagen ziekten, volkerenmoord, vluchtelingen, onlusten, oorlogen, enzovoorts. Hoe zijn deze vreselijke gebeurtenissen te rijmen met de boodschap van Pasen? Wanneer zullen dood en duivel eindelijk eens uitgespeeld zijn?

Johannes is verbannen op het eiland Patmos. De gemeente werd in die tijd bedreigd door vervolging van de Romeinse keizer. Pasen werkt door de dood heen: geen Pasen zonder Goede Vrijdag. Het eiland Patmos wordt het trefpunt van de hemel. Door de tranen heen mag Johannes zien wat Pasen heeft teweeggebracht: “ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde”. Al het oude is voorbijgegaan. De zee (het beeld van bedreiging en demonen) was niet meer. Het nieuwe Jeruzalem daalt neer uit de hemel, als een bruid die voor haar bruidegom versierd is. God zal bij de mensen wonen: dat is een belofte, nog geen werkelijkheid. Keer op keer lijkt de dood het laatste woord te hebben.

De Heere Jezus zei tegen de Emmaüsgangers “moest de Christus niet al deze dingen lijden en zo in Zijn heerlijkheid ingaan?” Voor alle volgelingen geldt dus ook dat er geen heerlijkheid is zonder door het lijden heen te gaan. God zal alle tranen van hun ogen afwissen. De dood lijkt oppermachtig, maar God heeft het laatste woord. God is een toevlucht van geslacht tot geslacht (psalm 90). Deze God is onze God en zal ons leiden door de dood heen (psalm 48). God is getrouw en maakt waar wat Hij zegt: “Ik zal zijn die Ik zijn zal”. God kan geen ontrouw plegen. Augustinus noemde tranen het bloed van het hart. Al die tranen zijn door God geteld en Hij bewaard ze in Zijn fles (psalm 56). God zal meer troosten dan een moeder dat kan doen. God de Vader hield zo oneindig veel van ons dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven.

Álle tranen zullen afgewist worden: van schuld, rouw, vervolging, teleurstelling, pijn, enzovoorts. God weet van binnenuit wat tranen zijn, want Hij heeft Zijn eigen lieve Zoon overgegeven aan deze boze wereld. Hij kwam onder ons wonen en wenen (bij het graf van Lazarus, bij de intocht van Jeruzalem en in de hof van Getsemané). God kan dus medelijden hebben met ons. Op de dag van de wederkomst zal Hij de laatste tranen van onze ogen afwissen. Dat zullen wij Hem zien in alle helderheid en heerlijkheid. Dan verwerft Jezus het onuitsprekelijke leven, omdat de dood er dan niet meer zal zijn. Dan zijn de gevolgen van de dood er ook niet meer, zoals rouw, ziekte en pijn. Dat kan omdat de zonde er niet meer is. Nu ligt de paas-belofte nog verscholen achter het kruis. Maar de dood zal verslonden worden tot overwinning. In die dagen zal men zeggen: zie Deze is onze God. Wij zullen ons verheugen in Zijn zaligheid. Lof zij aan God.
Amen.

 

Archieven

Categorieën