7 maart 2021

Hoe laat je God zien in een beeldcultuur?

Predikant:
Bijbeltekst: Handelingen 17:16-34
Dienstsoort:

Samenvatting

Het is er ingehamerd door het tweede gebod en de catechismus; maak geen beelden. In de Joodse en katholieke traditie is het geen los gebod, maar hoort het bij het gebod ‘maak geen goden’. In onze traditie is het een apart gebod geworden. Het ademt de sfeer van de reformatie. De catechismus is dan ook heel duidelijk. Later ontstaat er ook in onze traditie meer ruimte; schilderijen van Rembrandt en plaatjes in de kinderbijbel vormen geen probleem. De grens blijft wel; we gaan die beelden niet aanbidden. Je kunt wel constateren dat mensen de neiging hebben om iets tastbaars te aanbidden, anders was het gebod niet nodig geweest. Ook in Israël was de beeldendienst nooit echt weg. We noemen onze huidige cultuur een beeldcultuur, maar blijkbaar is dat altijd wel zo geweest. Het is nu intenser, maar het sluit aan bij iets wat er al eeuwen in zit.

Hoeveel beelden zie je op een dag? Hoe meer beelden je ziet, hoe minder je gefocust kunt zijn. Maar aan de andere kant kan de beeldcultuur ook helpen in onderwijs en in de kerk. Daarbij heeft een beeld wel z’n beperkingen. Als je een beeld van God maakt, maak je Hem aan de ene kant klein, en tegelijkertijd maakt het Hem beperkt, onduidelijk. God laat Zich niet vangen.

Calvijn had het principe: als een gebod zegt ‘je mag iets niet’, dan zal er ook een positieve betekenis aan hangen. Bij het tweede gebod in de catechismus gebeurt dat niet. Bij andere geboden zien we dat wel. We gaan op zoek naar die positieve betekenis bij het tweede gebod.

Mozes vroeg om de Heere te zien, maar dat gebeurde niet. In het Nieuwe Testament krijgt God wel een gezicht in Jezus. Wie Hem ziet, heeft de Vader gezien. Daar gebeurde waar Mozes om had gevraagd. Dan is het ook te begrijpen dat de Joden zo boos werden op Jezus en hem van godslastering betichtten. God heeft wél een beeld, alleen Hij is niet dood, Hij leeft!

Niemand van ons kan zeggen dat hij alles van Jezus weet. Zijn genade en grootheid is niet te omvatten, altijd groter dan je denkt. Hij is God. Met die God is Paulus in Athene. Hij is met die boodschap de wereld doorgegaan. Paulus wacht op Silas en Timotheüs en loopt wat rond in de stad. Hij ziet tienduizenden godenbeelden. Hij ergert zich daar aan en moet er wat mee doen. Hij raakt in gesprek met Epicurische en Stoïsche mensen. Die filosofen hadden ook niet wat met beelden, maar deden wel mee met de cultuur. Paulus vertelt over Jezus en de opstanding. De Griekse filosofen denken dan aan het beeld van Jezus en Anastasia (opstanding). Paulus wordt meegenomen naar het marktplein, om nog eens met meer getuigen zijn verhaal te doen. En Paulus, hoewel geërgerd, steekt zijn verhaal positief in. Paulus sluit aan bij de onbekende god waar het volk wel een beeld voor heeft. Die God is altijd al om hen heen geweest. Paulus neemt het het volk niet kwalijk dat zij meerdere goden hebben. Maar hij zegt wel dat er een nieuwe tijd aanbreekt, waarin het volk alléén Jezus mag aanbidden, zonder beelden.

Hoe laat je God zien in een beeldcultuur? Maak positief gebruik van je ergernis. Zit niet in een terugtrekkende beweging. Maak gebruik van wat er is, maar laat zien dat het schuurt; het beeld wat we gebruiken laat nooit helemaal zien hoe God is. Je hoeft God niet te zoeken, Hij was altijd al om je heen. Er is alle ruimte om God te laten zien met bijvoorbeeld plaatjes aan mensen die geen beeld bij God hebben.

We hebben een aantal dingen gezien;

  • We mogen geen beeld maken bij God
  • In het Nieuwe Testament openbaart God zich in Zijn Zoon en geeft Hij hét beeld van God
  • Wij moeten Hem verkondigen in een wereld die hangt aan beelden op zo’n manier dat je Jezus verkondigt zoals Hij is
  • Aanbid het beeld van God Jezus Christus, daaruit vloeit voort: Wees een beeld van God

God schiep deze wereld als Zijn tempel. Een tempel waar geen beeld in staat, maar waar een beeld in wandelt. Hij schiep de mens naar zijn beeld. Als lichaam van Christus mogen wij iets laten zien van deze God. Israël was ook geroepen om een beeld van God te zijn, niet om een beeld van God te maken. Je bent niet geroepen om een prachtige website te maken, maar we zijn geroepen om zélf een beeld van God te zijn. Dat kan niemand alleen. We zijn allemaal zondige, gebrekkige mensen.

In een computerscherm zit soms een ‘dode pixel’. Dat kan zo vervelend zijn we soms zo’n heel scherm weggooien. Zo werkt God gelukkig niet. Maar het laat wel zien hoe belangrijk het is om voor God te leven. God wil door ons heen werken. Bid er om en vertrouw er op. Dan doet alles mee in je leven. Je handen doen mee in je werken. Je mond kan Hij gebruiken in wat je zegt. Je voeten kan hij gebruiken in waar je heen gaat. Je houding, in wat je uitstraalt. Je hart, waar je voor leeft en waar je voor gaat. En ook je aangezicht, je ogen, je blik; wat zien mensen aan je als ze je aankijken? Straalt daar iets van liefde uit? Soms streng, maar altijd welkom en vergevingsgezind?

Zo zijn we in deze preek een hele reis gegaan; van je mag geen beeld maken, naar het beeld van God, naar je bent het beeld van God. Opdat de wereld een beeld heeft van wie deze God is. Zodat de schepping op haar knieën valt en zal zeggen: Jezus is Heere, geprezen is Hij! Amen!

Archieven

Categorieën