31 januari 2016

Ik kom in uw heiligdom binnen

Predikant:
Bijbeltekst: Hebreeën 10:19
Dienstsoort:

Samenvatting

1 de grond daarvoor (v19)
2 de manier waarop (v22)
3 de bedoeling ervan (aanbidding)

1
v 20, een levende weg. Vroeger vond ik het spannend om met een pontje mee te gaan. Bij Nederhemert bijv – een kabelpontje. De laadklep ging naar beneden, jij erop en je zag onderwater twee kabels lopen, aan het eind kwamen ze naar boven, gelukkig kon ik weer uitstappen. Een 'levende' weg. Een brug ligt vast, maar een pont beweegt. Het kon afwijken, maar door de kabels kon het niet afdrijven. De Heere Jezus is zo gekomen van de hemel naar de aarde, tot in de allerdiepste diepte van de duisternis van de dood. Maar Hij maakt een verbinding, de kabels van Kerst, kribbe en kruis houden het, het onzichtbaar stuur. Mensen en kleine kinderen mogen mee, en ik hoef er niet af te springen. Al gaat het door een stroom leven en de diepte van de dood, maar ik kom aan. Jezus: Ik ben de Weg, naar het Vaderhuis.

Dit is het hoogtepunt van de Hebreeënbrief. De eerste 10 hoofdstukken hebben we uitleg gehad. Nu komt de practische toepassing. Laten wij tot Hem naderen, toetreden. Een brief aan de Messiaanse Joden, tempel stond er nog net, ze dreigden weer terug te gaan. Zij waren bekend met tempel en tabernakel. Jezus groter dan Mozes, God is naar buitengekomen in de Zoon. Hij heeft Zijn gezicht laten zien. Daardoor mogen wij naar binnen gaan.
Jullie mochten Jezus omhelzen, Hij heeft jullei bevrijd door het bloed van het Lam, op weg naar het hemelse vaderland. Door de woestijn, samen op reis. Je krijgt tegenslag, beproevingen. We zijn niet alleen onderweg, maar onderweg hebben wij een heiligdom, een tabernakel. Daar mogen we toetreden, zo in de woestijn van het leven.
Wij zijn priesterzonen, we mogen naderen tot in het Heilige der Heilige. Dit moet bijna schokkend en adembenedend zijn geweest toen ze dit beseften. In je binnenkamer, in het geloof.

Laten wij naderen. Toen Adam en Eva zondigden was het gedaan met de nabijheid van God. Een engel met een zwaard voor het paradijs. Het volk werd verlost in Egypte en toen kwam Aäron, tabernakel, maar ook die was gesloten voor het gewone volk. Zet de berg af, zelfs geen dier mag de berg aanraken,. Houd gepaste afstand. De ark mocht je zelfs niet zien. Het heiligdom maar één keer per jaar, heel even. Een keer wat bloed sprenkelen en dan direct weer terug. Zelfs de naam van God mocht niet uitgesproken. De Eeuwige, de Naam. De kloof, de afstand...
Dan het Nieuwe Testament. Ik ga op naar Mijn Vader, maar je mag Hem ook Uw vader noemen. Abba, lieve Vader. Dat was ondenkbaar, de Koning der wereld... Vergeving is al geweldig, maar dat is de voorhof. Dat is nog maar het begin, Je mag wel een stukje verder komen. Is daar grond voor? Ja. Het werk van Jezus.
In het Oude Testament kwam ik in de voorhof, maar niet verder. Maar elke gelovige, en elke dag, mag verder. Nader bij God, tot in het Allerheiligste, om daar de allerintiemste gemeenschap te oefenen met de Vader, Zoon en Heilige Geest. Tussen de cherubiem troonde God.
In geen enkele Psalm wordt deze hoge zegening bezongen. Er was ook geen belofte in het Oude Testament die dat aankondigde. Psa 61 – ik zal in Uwe tent verkeren. In het voorhof. Bovendien 'verkeren' als gast. Niet wonen. Maar nu: als kind. Niet op de dorpel van Gods woning, maar in de schoot van de Vader.

inuwheiligdomDit was een schok. 1500 jaar was er tabernakel en tempel. En toen kwam de Heere Jezus, en dan scheurt dat voorhangsel. Die waarheid wordt in het Oude Testament niet geleerd. Daarom ben ik blij dat we onze lofzang dat met liederen kunnen aanvullen. Ik kom in Uw heiligdom binnen,  of welk een voorrecht dat ik altijd vrij tot God mag gaan. Hier in Uw heiligdom, dicht bij uw troon. Of: U roept ons in Uw nabijheid. Een geweldige waarheid.

Op Yom Kippur zag je het dat de Hoge priester met een schaaltje bloed binnen ging, en sprenkelend mocht hij binnen en nog één keer op het verzoendeksel. Dat maakte een bloedweg. Dat is Christus – Hij is de weg en het leven. Je hoeft niet bang te zijn, want dat bloed heeft Kracht. Met blijmoedigheid. 'alles mogen zeggen'. Vrij zoals een kind om gaat met zijn vader.

Maar waar haal ik nu die vrijheid vandaan. Want als ik kijk naar mij zelf. Dan durf ik dat niet. Laat mij nu maar in de voorhof staan. Dan ben ik al zo tevreden. Snap ik, Maar God is niet tevreden, Hij wil een zoon op Zijn schoot. Vrijmoedigheid is geen gevoel. Ik voel me altijd schuldig. Niet verder dan “ik hoop het”. Als het van mijn gevoel en stemming af moet hangen, dan zou ik vaker niet, dan wel op de kansel staan. Dan zou ik willen wegkruipen voor God onder het tapijt. Had ik maar meer geloof en minder zonden, had ik maar meer witte bladzijden in mijn levensboek. Dus hoe ouder ik word, hoe onmogelijker het wordt. De objectieve grond is het bloed van Christus dat gestort is. Bekijk het vanuit Hem, er is Hem zoveel aan gelegen dat u met vrijmoedigheid komt, dat Hij Zijn Zoons bloed niet gespaard heeft.
Tweede grond is vers 20:  het voorhangsel van Zijn vlees. Dat lichaam werd gebroken. God scheurt eigenhandig de afscheiding. De deur wagenwijd open. De Hebreërs wilde dat voorhangsel weer dichtnaaien.
Maar de ark werd zichtbaar en de cherubs. En de troon werd bereikbaar voor ieder die in Hem gelooft. Er zaten kleuren in het voorhangsel: wit, blauw rood, scharlaken en cherubs er doorheen. Dat sprak van Zijn lichaam. Wit: het reine leven van de Heere Jezus. Hemelsblauw, omdat hij daarvan kwam. Roodpurper was voor de rijken, Hij gaf zijn rijkdom op, Scharlaken: al ware uw zonden als scharlaken - ze zullen worden witter als sneeuw.
Gij zult mij niet verstoten, uw eigen zoon heeft tot Gods troon de weg ons weer ontsloten.
De cherubs- in de schaduw van uw vleugelen zal ik schuilen, Hoe zijn uw vleugelen uitgebreid.
Vers 21. nog een grond. Andrew Murray: de hogepriesters bidt nog, niet alleen dat je door het leven heen komt maar ook om tot God te komen. Daar mag ik komen, vertoeven. Zo ga ik de wereld en de tram in en de collegebank in, maar vanuit die gemeenschap met de Heere.

2
22: met een waarachtig hart. Een oprecht hart. Geen vormendienst. En in de volle zekerheid van het geloof.  Je ziet het wel eens boven rouwbrieven. Maar toch ook nu al? Niet in de volle helderheid van het verstand, of in een vol gevoel, nee. De zonde wordt weggedaan, maar ook uit je hart.
Een nieuwe priester werd gewassen, gezalfd en besprenkeld. Met een rein geweten – zo werden de priesters zo ingewijd. Zo ging het jullie toen je tot geloof kwam.
Je binnen en buiten kant, toegewijd aan Hem.

3
Was het een beetje te hoog voor u – dorpelwachter is inderdaad beter dan in der heidenen tent. Maar de Heere heeft meer  – geen valse bescheidenheid. Doe God geen oneer aan – je hebt toch niet meer met je eigen zonde dan met het bloed van de Heere Jezus? Je hoeft niet op afstand te blijven!  Denk meer aan de kracht van het bloed dan aan de schuld van de zonde.
In H13:15 lezen we altijd door Hem een loffer brengen aan God. Nooit vergeten te danken en loven. Dat is het hoogste niveau, dat moeten wij niet bereiken maar de Heere Jezus neemt ons mee.
Heb 4 en 11: een grote priester; met vrijmoedigheid naderen  – maar dan Heb 4: om genade en barmhartigheid te krijgen, Heere ik heb het zo moeielijk en ik heb zoveel last van.. dat is Heb 4, zorgen, zonde, voorbede. De Heere heeft barmhartigheid en geeft hulp te bekwamer tijd,.. maar hier in Heb 10 is het niet een troon om daar onze benauwdheid bekend te maken, maar om onze lof en dank en aanbidding aan Hem te brengen.  Heb 10, niet alleen aanroepen maar Hem aanbidden. Met wierrook van aanbidding. Daar is de troon niet onze toevlucht, maar ons Thuis.
Heb 4 – een vreugde, dat de Heere gebedsverhoring geeft. Maar Heb 10 gaat verder, wat een vreugde voor het hart van God is. Dat ik zo blij ben met het werk van de Heere Jezus.  Heb 4 Jezus lijdt mee, Heb 10 meevoeren. God wordt daar in dat Heilige zo werkelijk voor mij, in sprakeloze verwondering. Zo close met God. Kun je je voorstellen dat het aangezicht van Mozes straalde!

In Goes stond Herman Witsius (17e eeuw). Ds van den Boogaert daar zei hij van, die heeft mij geleid van de voorhof naar het binnenste heiligdom, het onderscheid tussen theologische wijsheid en hemelse wijsheid. Toen smaakt ik, de geestelijkheid van de dingen van Gods woord. Het verschil tussen dogma en lied, de extase van vreugde. Hij was 21 jaar.

Lofprijs, aanbidding, glorie en kracht
komen U toe, God van 't heelal.

Archieven

Categorieën