26 april 2020

Jezus’ openbaring aan Zijn discipelen; Hij treedt uit Zijn verborgenheid te voorschijn

Predikant:
Bijbeltekst: Johannes 21:1
Dienstsoort:

Samenvatting

Zijn verborgenheid

Er is onderscheid tussen verborgenheid en verlatenheid. God kan voor ons verborgen zijn; terwijl Hij ons niet heeft verlaten. Jezus was van God verlaten op Golgotha, Jezus riep het ook. Het voelt als de hel, de verdoemenis. Misschien vragen wij waar God is in deze tijd of hebben we een erge zonde begaan. We vragen dan of de Heere ons wil vergeven en Zich aan ons wil openbaren.

 

De vrouwen waren naar het graf gegaan en hadden van de engel gehoord dat de discipelen naar Galilea moesten gaan en dat ze daar de Heere Jezus zouden zien. De zeven mannen zijn in nu Galilea en gaan daar vissen. Ze werpen hun netten uit in de nacht en vangen … niets! Zouden ze het gevoel hebben gehad dat de Heere zich voor hen verborgen houdt? Dat hebben ze al eerder meegemaakt, toen Jezus op ditzelfde meer over de golven naar hen toe kwam. Ze denken misschien aan de gebeurtenissen van de afgelopen tijd.

 

Zijn openbaring

Jezus staat op de oever in de morgen; Hij was er al wel, maar de discipelen herkenden Hem nog niet. Jezus zei in de storm: Ik ben het, wees niet bang. Nu gebeurt dat zo niet. Jezus vraagt hoe het met hen is: “Jongens, hebben jullie nog wat gevangen?” De Heere weet het allang, maar Hij wil dat zij/wij Hem alles vertellen. “Nee”, is het antwoord. Dan komt aan het licht dat Hij in hun nood voorziet: “Werp het net aan de rechterzijde en je zult vinden” Aan bakboordzijde hangen de netten, daar staat ook de bak voor de gevangen vis. Aan de rechterzijde zit het roer; daar kunnen de netten in verstrikt raken; een ongewone opdracht dus; die vraagt om vertrouwen. Ze zullen vinden, staat er, niet vangen! Ze zullen Jezus vinden. Gods woord heeft gezag en vraagt gehoorzaamheid; het net zit helemaal vol. Ook nu heeft Gods woord macht en zeggingskracht, ook in deze tijd. We moeten Hem gehoorzamen.

Johannes zegt: “Het is de Heere!” Jezus openbaart Zich, ook nu in uw huiskamer, ook in uw hart. Dan mogen we Hem met de ogen van het geloof zien. Hij leeft en troost ons tot in eeuwigheid.

 

Zijn overvloedige genade

Deze veertien verzen gaan over genade. Het gaat over lege netten die de discipelen zien. Het gaat niet om onze prestatie, we Zijn van Hem afhankelijk. Op Gods woord worden de netten vol, 153 vissen zitten er in, een overvloedige vangst. De discipelen vinden Jezus, Hij staat bij hen, Hij is hun Helper. Als ze op het land komen zien ze vuur, brood en vis. Jezus laat zien dat Hij voor alles zorgt. Ze mogen ook hun vissen brengen. Onze werken volgen ons na, staat in de bijbel.

 

Samen eten ze het middagmaal. Ze zijn verwonderd. Ze vragen niets; ze weten dat het Jezus is, Hij is bij hen/ ons. We mogen Gods heil verwachten. We mogen ons aan Hem toevertrouwen en Hem ontmoeten, Hij leeft tot in eeuwigheid. Wend je naar Mij toe en word behouden, zegt Jezus.

Archieven

Categorieën