2 februari 2020

Jezus werft mensen toen en nu

Predikant:
Bijbeltekst: Johannes 1:46-50
Dienstsoort:

Samenvatting

Jezus zoekt mensen die (ook) zwakke punten hebben. Het begint allemaal met een korte preek “zie het Lam Gods”. Mensen vinden Jezus. Eerst worden Petrus, Johannes en Andreas geroepen. Daarna wordt Filippus geroepen en via Filippus komt Nathanaël in contact met Jezus. Eigenlijk is het dus andersom: Jezus werft mensen.

 

Een mooi middel om mensen voor Jezus te winnen is vriendschap. Filippus en Nathanaël zijn vrienden. In deze preek kijken we vooral naar Nathanaël. Wis is Nathanaël? Hij komt uit Kana in Gallilea. Zijn naam betekent “godsgeschenk”. Filippus komt uit de vissersstad Bethsaïda. Jezus zegt tegen Filippus “volg Mij” en Filippus volgt Hem direct. Daarna gaat Filippus naar Nathanaël met de woorden “wij hebben Hem gevonden over Wie Mozes in de wet geschreven heeft; en ook de profeten, namelijk Jezus, de zoon van Jozef uit Nazareth” (vers 46). Kennelijk verwachtten deze vrienden de komst van Jezus. Wat verwachten wij in het leven en waar praten wij met elkaar over? Filippus en Nathanaël hebben de boeken van Mozes de profeten onderzocht. Hoe vinden wij Jezus? Is daar een bijzondere gebeurtenis of visioen voor nodig? Dat kan, maar meestal openbaart God Zich aan mensen door het Woord. De Bijbel is geen wetenschappelijk boek, maar een liefdesbrief van God. Lees daarom veel in de Bijbel, want God belooft “wie zoekt zal vinden”.

 

Filippus zegt dat Jezus de zoon van Jozef is. Klopt dat wel: Jezus is toch de zoon van God? Toch maakt God gebruik van de woorden die Filippus spreekt. De mensen hebben echter vragen bij Jezus. Kan er uit Nazareth iets goeds voortkomen (vers 47)? De Messias zou toch eerder uit de hoofdstad Jeruzalem komen? Als wij twijfelen dienen we ons echter te laten corrigeren door het Woord van God. De Messias wordt verbonden met macht en iets bijzonders. Jezus kwam echter heel gewoon, uit de plaats Nazareth die niet eens in het Oude testament genoemd wordt. Jezus komt in eenvoud en hangt uiteindelijk aan het kruis. De profeet Jesaja schreef “Het volk dat in duisternis wandelt zal een groot licht zien” (Jesaja 9: 1). Dat ziet op de mensen in Gallilea, waarvan een groot deel ongelovig was.

 

Wij kunnen discussiëren over Jezus, maar een discussie heeft niet vaak iemand tot Jezus gebracht. Wel een uitnodiging zoals “kom en zie” (vers 47). Nathanaël kan de uitnodiging van Filippus niet weerstaan. Jezus ziet Nathanaël echter al aankomen. Jezus zegt zelfs tegen Nathanaël “zie werkelijk een Israëliet in wie geen bedrog is” (vers 48). Jacob was wel een bedrieger, maar moest hiervoor met God strijden bij Pniël: hier is hij een strijder van God geworden (en krijgt de naam Israël). Kan er van ons gezegd worden dat er in ons geen bedrog is? Het kan zomaar zijn dat mensen meedoen in de kerk, maar er niets van menen. De Heere wil dat we eerlijk zijn: “ik bekende, o Heere oprecht mijn zonden” (psalm 32). In Jezus was geen bedrag, zie Jesaja 53:9. Wij mogen schuilen bij Hem. Welzalig is de mens van wie de ongerechtigheden vergeven zijn (psalm 32).

Is het eerst zien en dan komen? Nee, het is “kom en zie”. Wie komt tot Christus, zal zien wie Hij voor je is. Nathanaël is verbaasd over wat Jezus over hem zegt en vraagt of Jezus Hem kent. Voordat Filipppus hem geroepen had, zag Jezus hem onder de vijgeboom. God weet alles van ons: “niets is o oppermajesteit bedekt voor uw alwetendheid” (psalm 139). Verberg je dus niet voor Hem, maar ga naar Hem toe en belijdt al je zonden. Als wij komen tot Jezus, kent Hij ons allang. Dat zegt Hij: ik heb je lief gehad van eeuwigheid af. Als Nathanaël hoort dat Jezus hem al onder vijgenboom had gezien, is Hij helemaal overtuigt en roept “U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël”. Nathanaël weet nu (ineens) veel meer over Jezus dan dat hij de zoon van Jozef is en uit Nazareth komt.

 

Als wij door Jezus worden gevonden, mogen we dit aan anderen doorgeven en hen brengen tot Jezus: “Kom en zie”.

Amen.

Archieven

Categorieën