12 augustus 2018

Jezus wonder aan een verlamde

Predikant:
Bijbeltekst: Markus 2:5
Dienstsoort:

Samenvatting

1. Machteloze vrienden
2. Boosaardige vijanden
3. Verwonderde mensen

De Heere Jezus is naar Kapernaüm gekomen. Hij heeft daar veel gedaan en is moe. Toch zoekt Hij ’s nachts zijn Vader op in het gebed. Als Jezus terug komt staan de discipelen Hem al op te wachten en zeggen dat veel mensen Hem willen zien. Er zijn niet alleen geïnteresseerden, maar ook vijanden (Farizeeën) aanwezig. In Johannes 6 zegt de Heere Jezus dat het niet gaat om de wonderen, maar om de geloofsgemeenschap met Hem. De mensen vinden deze rede hard en velen verlaten Hem dan. Uiteindelijk blijven twaalf discipelen over. Gaat het ons om bijzonderheden of gaat het ons om een Persoon: namelijk de Heere Jezus Christus.

De Heere Jezus is gekomen om het woord te verkondigen (zie vers 2). De wonderen zijn slechts een onderstreping van de boodschap dat Jezus de Messias is. Het gaat om het Woord. Er komt een vijftal personen naar de Heere Jezus toe: vier lopen er en een wordt gedragen. De vrienden willen de verlamde naar de Heere Jezus te brengen. Vriendschap wordt gekenmerkt doordat je jezelf kunt zijn. Het heeft een meerwaarde als je elkaar mag dragen naar de Heere Jezus toe. Dat brengen kan nu niet meer letterlijk, maar wel door het gebed.

Als de vijf bij het huis zijn, kunnen ze er vanwege de hoeveelheid mensen niet bij komen. De mensen haken niet af. De vier vrienden gaan naar het dak, breken het open en laten hun vriend zakken tot aan de voeten van de Heere Jezus. Er kunnen allerlei obstakels zijn om aan de voeten van de Heere Jezus terecht te komen. Op een gegeven moment moesten de vrienden de touwen loslaten. Hoe hebben de vrienden dit gedurfd? De Heere Jezus had wel boos kunnen worden, bijvoorbeeld doordat de prediking werd verstoord. Als Jezus omhoog kijkt, ziet hij de vrienden. Als hij hun geloof ziet, zegt Jezus tegen de geraakte “zoon, uw zonden zijn u vergeven”. We mogen alles uit handen geven en helemaal steunen en leunen op Hem.

Jezus ziet hun geloof. Zij keken verwachtingsvol naar de Heere Jezus. Jezus zegt (nog) niet zoiets van “sta op en wandel”, maar Hij zegt “zoon, uw zonden zijn u vergeven’. Kennelijk wogen zijn zonden zwaarder dan zijn verlamdheid. Jezus weet dit. Jezus is niet allen de Zaligmaker van het lichaam, maar ook van het binnenste. Zonden zijn niet abstract, maar uiterst concreet. Met al onze zonden kunnen we bij Hem terecht. Hij staat met zijn armen wijd uitgebreid en zegt “wendt u naar Mij toe en wordt behouden”.

Niet iedereen is het hiermee eens en sommigen beginnen te mopperen. De Farizeeën denken dat het godslastering is, omdat God alleen de zonden kan vergeven. Zij erkennen dus niet dat Jezus God is. Jezus ziet dat ze vijanden van het evangelie zijn, omdat ze in eigen kracht bij God proberen te komen. God vraagt 100% gehoorzaamheid en wij kunnen hier niet aan voldoen. De vrienden en de verlamde kunnen maar een kant uit. Jezus zegt “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven, niemand komt tot de Vader dan door Mij”. De Heere Jezus weet ook wat wij denken. Hij reageert: wat is makkelijker te zeggen ”uw zonden zijn u vergeven” of “sta op en wandel”? Om te laten weten dat God de macht heeft om zonden te vergeven zegt hij “sta op, neem uw bed op en ga naar huis”. De man staat op en gaat naar huis. Dit wonder is een onderstreping van het feit dat Jezus de Messias is.

In het evangelie van Mattheus en Lukas staat bij deze geschiedenis dat de genezen man verwonderd en verblijd is en God looft. God kreeg de eer. Wie krijgt de eer in ons leven? De schare ontzette zich en verheerlijkte God. Als we naar Johannes 6 kijken, is dit kennelijk niet blijvend geweest. Er bleven twaalf discipelen over. Kennelijk hadden de andere mensen genoeg aan bijzondere gebeurtenissen. Dat is echter niet de grond van de zaligheid. Het gaat erom dat de Heere de eer krijgt.

Amen. Hallelujah.

 

Archieven

Categorieën