19 december 2021

Lukas 1: 46-48

Predikant:
Bijbeltekst: Lukas 1 46-56
Dienstsoort:

Samenvatting

Op een rotonde in Woerden staat een kunstwerk met vissen. Het verwijst naar de geschiedenis waarin 14.000 Spaanse soldaten de stad Woerden hadden omsingeld, zodat de inwoners weer terug zouden keren naar de Roomse kerk. De burgemeester stuurt een brief aan de Spanjaarden om zich terug te trekken, omdat de ware kerk van Christus zal toch zegevieren. De Spanjaarden luisterden daar niet naar. De inwoners van Woerden konden dus niets van hen verwachten. De inwoners verwachtten het wel van God en gingen naar de kerk en hielden bidstonden. Toen gebeurde er een wonder. Vanuit de Oude Rijn kwamen er veel grote vissen aanzwemmen. De hongerige bewoners konden de grote vissen zomaar met hun handen vangen en opeten. Uiteindelijk zijn de Spanjaarden vertrokken en was de stad Woerden bevrijd. Het monument herinnert aan Gods redding: daar konden de inwoners van Woorden niet over zwijgen. Dat gold ook voor Maria en geldt nu ook voor ons.

  1. Grote daden van de Heere

Maria was een eenvoudig meisje, waarmee God een wonderlijke weg ging. In de maagd van Maria werd de heilige Geest ontvangen en zij wordt zwanger: in verwachting van de Zoon van God. Na deze aankondiging door de engel zegt Maria “laat mij geschieden overeenkomstig Uw woord” (Lucas 1: 38). Maria jubelt het nog niet uit, maar ze gaat op bezoek bij de veel oudere Elizabeth, die ook op een bijzondere manier zwanger is geworden. Als Maria bij Elizabeth komt, springt het kindje van Elisabeth op in haar buik. Elisabeth zegt tegen Maria “zalig is zij die geloofd heeft, want wat haar van de kant van de Heere gezegd is, zal volbracht worden” (Lucas 1: 45). Maria vertelt dat haar kindje de Zoon van God is, de Messias die komen zal. Maria is verwonderd dat zij daarvoor is uitgekozen (vers 42).

In het leven kunnen we zorgen hebben. God wil in deze zorgen nabij zijn. Hij komt Zijn beloften na: Ik zal er bij zijn. Veel gelovigen maken dit mee, ook in moeilijke omstandigheden. God komt ook Zijn woord na in geloof en bekering. Als wij naar de Heere Jezus toe vluchten, zal Hij je niet wegsturen. Maria komt er ook achter dat God doet wat Hij belooft. Eerst bij de oude vrouw Elizabeth, daarna bij de jonge vrouw Maria.

  1. Groot maken van de Heere

Maria begint het uit te jubelen: “Mijn ziel maakt de Heere groot”. Hoe kunnen we God groter maken dan Hij al is? Als we beseffen hoe groot God is, beseffen we hoe klein wij zijn. God groot maken, is dus ook onszelf klein maken. Hoe groot is God! Als we hierover nadenken begint het ons te duizelen. We kunnen niet zonder Hem leven en niet zonder Hem sterven. God is zo oneindig groot. De God van Israel is Heere, Curios: dat betekent degene die alle macht heeft. Wie regeert er vandaag de dag: premiers, presidenten, de EU, de VN? Er is geen macht dan van God en de overheid is door God aangesteld. Maar uiteindelijk regeren deze aardse machten niet, want God heerst over deze wereld.

Maria maakt het nog persoonlijker: “mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker” (vers 47). Maria verheugt zich in God omdat Hij heeft omgezien naar de nederige staat van Zijn dienares (vers 48). Maria was een eenvoudige vrouw uit de eenvoudige omgeving  van Gallilea. Het wonderlijke is dat God juist heeft omgezien naar iemand met een lage status. God kiest vaak het nederige en het zwakke uit. God is dus groot en genadig. In psalm 113 lezen we over God die ondanks zijn grootheid omziet naar mensen van “lage staat”. Ook als we niet de moeder van de Heere Jezus zijn, kunnen we God groot maken. Het verheerlijken van God komt namelijk voort uit Zijn grootheid, goedheid en genade.

Voor machtigen is er echter geen plaats: zij die hoogmoedig zijn worden uiteengedreven (vers 51). Als we hoogmoedig zijn, maken we ons zelf groot en de Heere klein. De mens is juist gemaakt om God groot te maken en God te loven. Als wij hoogmoedig zijn kan en wil God ons van deze zonden bevrijden en die zonden vergeven. Als wij zien naar de gekruisigde Christus, worden we klein en blijft er verwondering en nederigheid over. Dan mogen we ons verwonderen over dat Hij ook naar ons persoonlijk wil omzien. God heeft niet alleen naar Maria omgezien, maar ook naar ons. Zijn opzoekende liefde brengt ons tot het geloof in Hem. Dan leren wij Hem kennen als persoonlijke Zaligmaker en Redder: voor het eerst of voor de zoveelste keer. Dan mogen we de Heere elke keer opnieuw groot maken. Loof de Heere mijn ziel en al wat binnen in mij is Zijn heilige naam (psalm 103). Als wij in Hem geloven, mogen we eeuwig leven en God eeuwig loven.

Vers 48 sluit af met de woorden “want zie, van nu aan zullen alle geslachten mij zalig spreken”. Ook deze woorden zijn vervuld en worden nu weer vervuld. Als protestanten zijn we daar wat terughoudend in, uit angst voor (roomse) Maria-verheerlijking. Maria is zalig en wij mogen goed spreken over Maria en met Maria God loven: Mijn zaligmaker, die naar mij heeft omgezien.

Amen.

Archieven

Categorieën