17 januari 2016

Markus 6: 30-46

Bijbeltekst: Markus 6:30-46
Dienstsoort:

Jezus geeft van vijf broden en twee vissen aan 5.000 mensen te eten. Dat kunnen we met recht een wonder noemen. Maar wat is een wonder eigenlijk: iets bijzonders of iets onbegrijpelijks? Er zijn echter zoveel bijzondere en onbegrijpelijke dingen, zoals ingewikkelde machines, de liefde en dat er een wereld bestaat. Dat is ook allemaal niet vanzelfsprekend. Hoe komt het dat we hier zitten, een vader en een moeder hebben, weer beter zijn geworden, we te eten en te drinken hebben? Wie zit hier achter? Wie zit er achter de dingen van het leven, de bijzondere en de alledaagse? Zou God het zijn die achter alles van ons leven zit? Daar moeten we dan wel voor open staan. Daar heb je geloof voor nodig. Als je eelt op je ziel hebt voel je dat niet; dan zie je geen wonderen meer. In Marcus 6: 52 zegt de Heere Jezus dat de discipelen niets hadden begrepen van de wonderbare spijziging omdat hun hart verhard was. Sommige mensen zijn zo hard dat ze niet in God willen of kunnen geloven. Zij hebben zoveel eelt op hun ziel dat God er niet meer doorheen komt. Je wereld wordt klein en beperkt als God geen rol (meer) speelt in je leven. Je moet dan zelf alles oplossen en verklaren. Jezus zegt dit echter niet tegen ongelovigen, maar tegen zijn eigen discipelen die heel dicht bij Hem leefden. Wonderlijk dat je in God gelooft en wonderen ziet, maar toch zoveel eelt op je ziel hebt dat je er er niets van begrijpt. Ze liepen dagelijks met de Koning mee, maar zagen Hem niet. Ook als je in God gelooft, kan het toch zijn dat je Hem niet ziet.
In Marcus 1 lezen we dat het erom gaat dat Jezus de Zoon van God is en Zijn  Koninkrijk nabij is. De discipelen krijgen ook de opdracht om het koninkrijk, van God te verkondigen. In Marcus 6 vers 30 lezen we dat de discipelen terug komen en vertellen wat zij ervaren hebben bij de verkondiging. Jezus nodigt de discipelen uit om even te rusten en te eten. De rust wordt al snel verstoord doordat er veel mensen achter hen aankomen. In vers 34 lezen we dat Jezus met innerlijke ontferming is bewogen omdat deze mensen geen herder hebben. Dit is een diepe emotie van de Heere Jezus: in de grondtaal staat dat de ingewanden van de Heere Jezus in beweging komen. De Heere Jezus heeft diep medelijden met de mensen. Jezus ziet niet zomaar wat mensen, maar een kudde zonder herder, een volk zonder koning. Met deze woorden verwijst de Heere Jezus naar het Oude Testament, zoals Nummeri 27:17. Het volk leeft alsof er geen God is. Ze gaan doelloos door het leven, zonder te weten welke kant zij op moeten gaan. Ook in deze tijd leven er zoveel mensen zonder zich op God te richten. In ons leven kan dat ook het geval zijn. Jezus voelt niet alleen iets, maar gaat ook wat doen: Hij gaat veel en langdurig onderwijzen over het Koninkrijk van God. De Heere Jezus doet dit door woorden en wonderen. We lezen hier echter niet wat de Heere Jezus gezegd heeft. Kennelijk gaat het hier dus meer om het wonder.
De discipelen hebben niets gezien van schapen zonder herder. Zij zijn moe en hebben honger. De oplossing van de discipelen is om de mensen weg te sturen en vervolgens voor hen zelf eten te kopen. Jezus draait het echter om en geeft de discipelen de opdracht om eten te kopen voor deze 5.000 mensen. De discipelen kunnen dit echter niet. Jezus geeft hen daarom de opdracht om te zoeken naar wat er wel is. Het is niet veel: vijf broden en twee vissen. Met dit eten richt Jezus een feestmaal aan. Er is genoeg voor iedereen en er blijven zelfs nog twaalf volle korven over.
Dit wonder vertelt iets over het koninkrijk van God. Het gaat om de Messias en dat het Koninkrijk van God nu is aangebroken. Wie zou dit door hebben gehad? De discipelen hebben het op dat moment niet gezien. Zij zagen niemand achter het breken van het brood. Wellicht waren ze moe of hongerig, maar dat is geen excuus. Marcus gebruikt het als verwijt. Jezus zegt: jullie hebben de broden wel gezien, maar niet de betekenis ervan (het Koninkrijk van God). Bij een wonder gaat het om de dingen die ergens achter zitten. Vind je alles gewoon en vanzelfsprekend, of zie je Iemand erachter? Iemand die het leven leidt. Het is echter mogelijk dat je zoveel eelt op je ziel hebt dat je alles denkt te kunnen verklaren, maar niets voelt van God. Misschien maakt God zich juist aan jou bekend door de route die Hij in jouw leven uitstippelt. Als je wakker wordt dank je God. Als je weet dat God je leven leidt geeft dat rust en ontspanning. Zie je dat het gaat in het leven om het koninkrijk van God? Zie je dat het gaat om de Jezus als Koning van deze wereld?
Samenvattend, als je eelt op je ziel hebt zie je geen wonderen en zie je God niet achter de dingen. Jezus is bewogen met de onwetendheid en blindheid van de mensen. Jezus wil mensen onderwijzen. Door wonderen wil Jezus laten zien wie Hij is en wat Zijn koninkrijk inhoudt. Door het geloof in God mogen wij Zijn Koninkrijk zien.

Archieven

Categorie├źn