7 juni 2020

Meer dan overwinnaars

Bijbeltekst: Romeinen 8:31-39
Dienstsoort:

Samenvatting

Is Paulus blij of bang als hij schrijft: ‘als God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?’. Als we de overige verzen lezen, dan lezen we dat Paulus heel blij is. Paulus schrijft deze brief wanneer de kerk vervolgd wordt. Ondanks alle pijn en angst die hij ziet en ook zelf ervaart, zingt hij deze woorden: ‘als God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?’ Dat kan hij alleen zeggen omdat hij niet alleen naar de gemeente kijkt, maar vooral omdat hij omhoog kijkt.

Het woordje ‘als’ geeft in de Nederlandse taal een onzekerheid aan: Als het droog is, ga ik buiten spelen. Maar die onzekerheid heeft Paulus niet. Als God voor ons is, God is voor ons! Die heilige God is voor ons, nietige mensen. In plaats van dankbaarheid te tonen richting God, maken wij onszelf tot god. Als God een mens was geweest, had Hij ons per direct de rug toegekeerd. En wat was er van de aarde geworden als Hij dát had gedaan? Deze aarde was geworden tot een plek waar haat en nijd zouden regeren, een plaats die niet veel zou verschillen van de hel.

Na de woorden van Paulus: ‘als God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?’, komt hij met het fundament voor deze woorden. Jezus heeft Zijn leven gegeven omdat Hij wél de weg heeft vervuld. Daarom is er in Hem redding, is er in Hem zaligheid. Daarom mag er in Hem klinken; God is voor ons. Het woord ‘overgeven’ in vers 32 is een juridische term. Er is een rechter met aan de ene kant een aanklager (de officier van justitie) die de straf eist, en aan de andere kant zit de verdachte. Nu zegt ons tekstgedeelte dat God Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar in het verdachtenbankje geplaatst. De aanklacht luidt; als mens moet Hij sterven. En dan volgt het wonder; God spaart Zijn Zoon niet. De Vader spreekt Zijn eigen Zoon niet vrij, maar Hij laat de zonden van de mens op Hem komen. De Heere Jezus gaat niet in hoger beroep, maar gewillig ondergaat Hij die straf. Voor één overtreding mag er maar één keer straf gegeven worden. Daarom hoeven wij niet opnieuw de straf te dragen die Jezus al voor ons gedragen heeft.

Heb jij de toevlucht al genomen tot Jezus? Om daar je vrijspraak te vinden voor het eeuwige leven? Om je daar te verblijden in Zijn liefde en trouw? Paulus raakt er niet over uitgesproken, hij wil het nog extra benadrukken. Paulus roept de geschiedenis van Abraham en Izaäk op, waarin Abraham Izaäk moet slachten. Paulus gebruikt dezelfde woorden in vers 32. Izaäk was niet onschuldig, hij had vanuit theologisch oogpunt geen recht om te leven. En toch klinkt de stem uit de hemel die Izaäk redt, die hem vrijspreekt. Ook op Golgotha komen we een Zoon tegen. Een Zoon die niks had misdaan, waar God had mogen spreken om Zijn eigen geliefde Zoon had mogen redden, maar daar zwijgt God. Zodat Izaäk, Abraham, Paulus, u en jij redding kunnen vinden. Onvoorstelbaar diep gaat die liefde van God voor zondaren. God sprak waar Hij mocht zwijgen, en Hij zweeg waar Hij mocht spreken.

God schenkt alles wat je nodig hebt, niet alle dingen die je denkt nodig te hebben. Dat is niet altijd duidelijk. Als je de rijkdom ziet die God wil geven, wat van de wereld kan daar dan tegen opwegen? Hoe rijk zijn wij met deze God. Daarmee komen we bij het tweede punt; God schenkt nog meer schatten.

In het Oude Testament was satan de aanklager tegenover kinderen van God. Bij Job blijkt dat satan Job vals beschuldigd. In Zacharia 3 zien we satan ook als aanklager. In dit geval heeft satan wel een punt. Hoe kon Jozua het heilige der heilige in gaan? En als satan naar óns hart kijkt? Moet hij zoeken om iets te vinden om aan God te presenteren? Hoe vaak kiezen we bewust voor de verkeerde kant? Het wonder in dit gedeelte is dat satan wordt verslagen. Wie zal een aanklacht indienen tegen het uitverkorene van God? God zegt dat in Zijn ogen de uitverkorenen heilig zijn, omdat ze zijn gewassen in het bloed van Zijn Zoon.

Als God je rechtvaardig maakt, wordt satan en iedereen het zwijgen opgelegd. Dan zit Jezus aan de rechterhand van God om voor ons te pleiten. Jezus is als mens naar de hemel gegaan. Hij pleit voor ons als ervaringsdeskundige. Hij die vervolgd is geweest als wij, pleit bij Zijn vader. Hij weet wat er in ons hart leeft. Jezus heeft het Zelf meegemaakt, Hij kent het van binnenuit. Daarom weet Hij beter dan wij wat wij nodig hebben.

Als we hier buiten Jezus blijven, dan zullen we op de laatste dag zelf de prijs moeten betalen. Wat zouden we in kunnen brengen tegen het vonnis? Het zwijgen zal ons worden opgelegd. In Jezus is er ruime overvloed van redding. Dan zal er geen hemelvaart zijn, maar een hellevaart. Daarom ook vandaag de oproep: Bekeer je! Ga op je knieën voor Hem. In Hem ben je veilig. In Hem ben je zo rijk. Als we onze zonden op Hem leggen, dan geldt dat de climax in de laatste verzen van hoofdstuk 8 ook voor ons zal gelden. Wat voor strijd of moeite er ook zal zijn, niets zal ons scheiden van de liefde van God in Christus Jezus onze Heere. Dat staat vast. In dat geloof mogen we gaan. Wat er ook op ons pad komt. Waar Jezus is, is Zijn kerk, zijn Zijn gelovigen. Binnen alle tegenslag die we kunnen ervaren, mogen we het uitzingen als gemeente van God met Paulus; wie zal ons kunnen scheiden van de liefde van Christus? Niemand, want de liefde van Christus zal bestaan tot in alle eeuwigheid. Amen!

Archieven

Categorieën