17 april 2016

Met open mond

Predikant:
Bijbeltekst: Psalm 81:11-14
Dienstsoort:

Samenvatting

1. bevel (vs. 11)

2. belofte (vs. 12)

3. Beklag (vs. 12 en 14)

 

"Nog voordat je bestond, kende God je naam al" stond er op één van de geboortekaartjes. Hieruit spreekt bewondering uit.

 

Psalm 81 is een bekende psalm, met name vanwege het versje "opent uwe mond". Hierin zit een geweldige belofte, maar ook een aanmoediging tot gebed. Baby's doen ook hun mond open en huilen totdat ze weer voldoende eten gekregen hebben. Zo is het ook in het geestelijke: als we tot God roepen wil Hij ons vervullen.

Psalm 81 is geschreven door Asaf, de dichter en historicus. Deze psalm werd bij nieuwe en bij volle maan gezongen. Er wordt opgeroepen om God met gezang en muziek groot te maken. Je mag de Heere grootmaken met alles wat je hebt, als het maar tot eer van God is. Het feestuur is geboren. Dat was ook zo bij de geboorte van onze zeven dopelingen.

Deze psalm gaat over de geboorte van het volk Israël. In vers 7 staat dat "de last van hun schouder" is weggenomen, wat wijst op de verlossing uit de slavendienst in Egypte. In vers 8 staat "in de benauwdheid riep u en Ik redde u". In de relatie die er na de redding is horen echter ook regels. In vers 9 staat daarom "Israël, als u naar mij luisterde!" Verder in de psalm staat een paar keer dat men helaas niet luisterde. Gehoorzamen is heel belangrijk, want dan mogen wij onze mond open doen en wil God ons vervullen. Andere goden mogen dus niet gediend worden: we mogen niet geestelijk vreemdgaan.

Het voorrecht van de doop is dat we op het terrein van de genade komen. Hier horen allerlei zegeningen bij: vervulling, redding, verzadiging, enzovoorts. Het is belangrijk om in de opvoeding zo'n positief beeld van God mee te geven, want God is goed en genadig. Als wij bij het kruis van Christus geknield hebben en wij naar God vragen (opent uwe mond), ontvangen we vergeving en verlossing.

 

1. bevel (vs. 11)

Als er iets lekkers op tafel gezet wordt, gaan de monden van de kinderen vanzelf open: ze willen meer, want ze vinden het lekker. Als een kind het niet lekker vindt, wordt het erg lastig om het eten toch op te voeren. Je kunt ook denken aan het beeld van een vogelnest: vlak na het uitbroeden van de eieren zie je vooral wijd geopende snavels die voortdurend door de moeder-vogel gevuld worden.

In de berijming staat zelfs "eis van mij vrijmoedig". Wij zouden het wellicht eerder met "vraag nederig" vertaald hebben. In de Bijbel zien we echter voorbeelden van sterk aandringende gebeden, zoals bij Jakob "ik laat U niet gaan, tenzij U mij zegent". De Heere wil zich namelijk laten verbidden. Hier hoort geen gelatenheid, maar geladenheid bij. De voorwaarde hierbij is wel "zo gij het smeekt", want anders kan God Zijn gave niet kwijt. Jakobus schrijft dat "jullie niet ontvangen, omdat jullie niet bidden". Op het gebed op grond van deze woorden is er vroeger een weeshuis gesticht en al het benodigde geld van God afgebeden. Bij het geloof heb je legen handen, die je uitsteekt naar God.

In de Ukraine, was er voor de Tweede Wereldoorlog een hongersnood. Een aantal rabbijnen gingen naar de rechtbank om een aanklacht in te dienen tegen God. In de Thora staat namelijk dat een meester zijn slaven moet onderhouden. De rabbijnen wilden als het ware bij God afdwingen dat Hij zich aan Zijn belofte hield. Een paar dagen later kwamen er scheepsladingen met graan uit Siberië.

Calvijn zei eens dat de genade van God slechts druppelsgewijs naar binnen vloeit doordat u uw mond niet wijd genoeg open doet in het gebed. We moet onze mond dus wijd opendoen, zodat God deze kan vol stoppen met Zijn heil.

 

2. belofte (vs. 12)

De Heere Jezus zegt "als je je vader vraagt om een ei, geeft hij je geen slang. (...) Hoeveel te meer zal uw hemelse Vader gaven geven aan degenen die Hem daarom bidden." De discipelen baden in de bovenzaal tien dagen lang om de vervulling van de Heilige Geest. Op de pinksterdag werden deze discipelen geheel vervuld met de Heilige Geest. Wij moeten leren om niet los te laten. God neigt Zijn oor en Zijn hart, die altijd open staan naar degenen die tot Hem roepen. De Heere is welwillend. Ik bidt niet als een misdadiger tot de rechter die smeekt om gratie. Dat moeten we wel eenmaal doen, zoals de tollenaar. Na de verlossing staat u als het goed is voortdurend in contact met God.

Als we met de kinderen niet over de Heere kunnen spreken (bijvoorbeeld in de pubertijd), kunnen we echter altijd met God over onze kinderen spreken. Dit deed de Kanaänese vrouw voor haar dochter en de vader voor zijn maanzieke zoon.

Hoe zit het dan met de gebeden die niet verhoord worden? Het kan zijn dat je om zilver vraagt, maar dat je later goud krijgt. Het kan zijn dat je om iets gebeden hebt en later inziet dat het maar goed is dat dit gebed niet verhoord werd. Je krijgt niet altijd al je wensen, maar wel vrede met God: "Vader wat u doet is goed." In psalm 23 staat "mij zal niets ontbreken". Het gebed "geef mij Jezus of ik sterf" wordt altijd verhoord.

 

3. Beklag (vs. 12 en 14)

"Maar Mijn volk wou niet naar mijn stem horen." Er komt een moment dat je gaat klagen over (het gedrag van) je kind. De Heere drukt hier uit dat hij gewild had dat ze naar Hem geluisterd hadden, want dan was het beter met het volk Israël gegaan. Het volk Israël ging echter al gauw om het gouden kalf dansen. De Heere Jezus heeft luid geweend over Jeruzalem, omdat zij zich niet bij Hem wilden voegen.

vogelnestPetrus Datheen heeft psalm 81 als volgt berijmd:

"Opent uwe mond

Zeer wijd onbeladen,

Ik zal hem terstond

Met goede spijze,

Naar Mijne wijze

Rijkelijk verzaden."

1. bevel (vs. 11)

2. belofte (vs. 12)

3. Beklag (vs. 12 en 14)

 

"Nog voordat je bestond, kende God je naam al" stond er op één van de geboortekaartjes. Hieruit spreekt bewondering uit.

 

Psalm 81 is een bekende psalm, met name vanwege het versje "opent uwe mond". Hierin zit een geweldige belofte, maar ook een aanmoediging tot gebed. Baby's doen ook hun mond open en huilen totdat ze weer voldoende eten gekregen hebben. Zo is het ook in het geestelijke: als we tot God roepen wil Hij ons vervullen.

Psalm 81 is geschreven door Asaf, de dichter en historicus. Deze psalm werd bij nieuwe en bij volle maan gezongen. Er wordt opgeroepen om God met gezang en muziek groot te maken. Je mag de Heere grootmaken met alles wat je hebt, als het maar tot eer van God is. Het feestuur is geboren. Dat was ook zo bij de geboorte van onze zeven dopelingen.

Deze psalm gaat over de geboorte van het volk Israël. In vers 7 staat dat "de last van hun schouder" is weggenomen, wat wijst op de verlossing uit de slavendienst in Egypte. In vers 8 staat "in de benauwdheid riep u en Ik redde u". In de relatie die er na de redding is horen echter ook regels. In vers 9 staat daarom "Israël, als u naar mij luisterde!" Verder in de psalm staat een paar keer dat men helaas niet luisterde. Gehoorzamen is heel belangrijk, want dan mogen wij onze mond open doen en wil God ons vervullen. Andere goden mogen dus niet gediend worden: we mogen niet geestelijk vreemdgaan.

Het voorrecht van de doop is dat we op het terrein van de genade komen. Hier horen allerlei zegeningen bij: vervulling, redding, verzadiging, enzovoorts. Het is belangrijk om in de opvoeding zo'n positief beeld van God mee te geven, want God is goed en genadig. Als wij bij het kruis van Christus geknield hebben en wij naar God vragen (opent uwe mond), ontvangen we vergeving en verlossing.

 

1. bevel (vs. 11)

Als er iets lekkers op tafel gezet wordt, gaan de monden van de kinderen vanzelf open: ze willen meer, want ze vinden het lekker. Als een kind het niet lekker vindt, wordt het erg lastig om het eten toch op te voeren. Je kunt ook denken aan het beeld van een vogelnest: vlak na het uitbroeden van de eieren zie je vooral wijd geopende snavels die voortdurend door de moeder-vogel gevuld worden.

In de berijming staat zelfs "eis van mij vrijmoedig". Wij zouden het wellicht eerder met "vraag nederig" vertaald hebben. In de Bijbel zien we echter voorbeelden van sterk aandringende gebeden, zoals bij Jakob "ik laat U niet gaan, tenzij U mij zegent". De Heere wil zich namelijk laten verbidden. Hier hoort geen gelatenheid, maar geladenheid bij. De voorwaarde hierbij is wel "zo gij het smeekt", want anders kan God Zijn gave niet kwijt. Jakobus schrijft dat "jullie niet ontvangen, omdat jullie niet bidden". Op het gebed op grond van deze woorden is er vroeger een weeshuis gesticht en al het benodigde geld van God afgebeden. Bij het geloof heb je legen handen, die je uitsteekt naar God.

In de Ukraine, was er voor de Tweede Wereldoorlog een hongersnood. Een aantal rabbijnen gingen naar de rechtbank om een aanklacht in te dienen tegen God. In de Thora staat namelijk dat een meester zijn slaven moet onderhouden. De rabbijnen wilden als het ware bij God afdwingen dat Hij zich aan Zijn belofte hield. Een paar dagen later kwamen er scheepsladingen met graan uit Siberië.

Calvijn zei eens dat de genade van God slechts druppelsgewijs naar binnen vloeit doordat u uw mond niet wijd genoeg open doet in het gebed. We moet onze mond dus wijd opendoen, zodat God deze kan vol stoppen met Zijn heil.

 

2. belofte (vs. 12)

De Heere Jezus zegt "als je je vader vraagt om een ei, geeft hij je geen slang. (...) Hoeveel te meer zal uw hemelse Vader gaven geven aan degenen die Hem daarom bidden." De discipelen baden in de bovenzaal tien dagen lang om de vervulling van de Heilige Geest. Op de pinksterdag werden deze discipelen geheel vervuld met de Heilige Geest. Wij moeten leren om niet los te laten. God neigt Zijn oor en Zijn hart, die altijd open staan naar degenen die tot Hem roepen. De Heere is welwillend. Ik bidt niet als een misdadiger tot de rechter die smeekt om gratie. Dat moeten we wel eenmaal doen, zoals de tollenaar. Na de verlossing staat u als het goed is voortdurend in contact met God.

Als we met de kinderen niet over de Heere kunnen spreken (bijvoorbeeld in de pubertijd), kunnen we echter altijd met God over onze kinderen spreken. Dit deed de Kanaänese vrouw voor haar dochter en de vader voor zijn maanzieke zoon.

Hoe zit het dan met de gebeden die niet verhoord worden? Het kan zijn dat je om zilver vraagt, maar dat je later goud krijgt. Het kan zijn dat je om iets gebeden hebt en later inziet dat het maar goed is dat dit gebed niet verhoord werd. Je krijgt niet altijd al je wensen, maar wel vrede met God: "Vader wat u doet is goed." In psalm 23 staat "mij zal niets ontbreken". Het gebed "geef mij Jezus of ik sterf" wordt altijd verhoord.

 

3. Beklag (vs. 12 en 14)

"Maar Mijn volk wou niet naar mijn stem horen." Er komt een moment dat je gaat klagen over (het gedrag van) je kind. De Heere drukt hier uit dat hij gewild had dat ze naar Hem geluisterd hadden, want dan was het beter met het volk Israël gegaan. Het volk Israël ging echter al gauw om het gouden kalf dansen. De Heere Jezus heeft luid geweend over Jeruzalem, omdat zij zich niet bij Hem wilden voegen.

 

Petrus Datheen heeft psalm 81 als volgt berijmd:

"Opent uwe mond

Zeer wijd onbeladen,

Ik zal hem terstond

Met goede spijze,

Naar Mijne wijze

Rijkelijk verzaden."

Archieven

Categorieën