7 november 2021

Niet alleen trek ik door de Jordaan

Predikant:
Bijbeltekst: Jozua 3
Dienstsoort:

Samenvatting

Voor de doortocht

Het gaat vanmiddag over de grensrivier de Jordaan. Het gaat over het volk Israël, dat na veertig jaar bijna op z’n eindbestemming is gekomen. Ze hebben al eerder voor deze grens gestaan, maar toen was er ongeloof. De hele oude generatie is gestorven. Nu staat de volgende generatie voor de grens. De Jordaan is dan een bruisende, kolkende rivier omdat er smeltwater en late regen in zit. En in de uiterwaarden van de rivier verschuilen zich wilde dieren. Gevaarlijk om door te gaan. De Heere laat hen drie dagen en nachten bij die rivier bivakkeren, zodat het volk de situatie goed kon bekijken. God wilde hen laten zien dat het voor de kant van het volk onmogelijk is. Kent u dat in uw leven? Dat God in het verleden wonderlijke uitkomsten heeft gegeven, maar dat je nu weer voor een onmogelijkheid staat? God wil ons leren wie wij zijn en Wie Hij is. God wil dat ze hun onmacht gaan inleven opdat ze Zijn almacht gaan zien. In vers 5 lezen we dat God het gaat doen. God kent geen paniek, Hij heeft geen problemen. Hij heeft plannen en die plannen falen niet! De Jordaan is ook vaak een beeld van de allerlaatste barrière; tussen het volk en het vaderland wat beloofd is, nog één rivier. De uittocht uit Egypte is een beeld van de bekering. De doortocht door de woestijn is een beeld van het leven van een kind van God. De intocht in Kanaän is een beeld van het ingaan in het hemelse vaderland. Zo wordt het ook toegepast in Hebreeën 4. In vers 1 lezen we dat Jozua vroeg op staat. Alle grote dagen in de Bijbel beginnen vroeg. Het loont zich om elke dag stille tijd te houden. God zal dan wonderen doen in jouw midden.

Bij de doortocht

God geeft niet alleen een bevel (‘Heiligt u’), maar ook een bemoediging. In vers 3 krijgt het volk alleen de opdracht om te kijken naar de ark, ze hoeven verder niks te doen. De Heere gaat voor in de ark. Het volk komt er een kilometer later achteraan, zodat iedereen (ook de kleintjes) de ark goed kan zien. De ark gaat het wonder, het splijten van de Jordaan, verrichten. De Heere Jezus zorgt er voor dat we veilig aan de overkant van de rivier kunnen komen.

De ark was gemaakt van hout en goud. De Heere Jezus was mens en God. Op de ark zat het verzoendeksel, dat is het werk van de Heere Jezus. Op het verzoendeksel was bloed gesprenkeld. Over het verzoendeksel de engelen die kijken naar het verzoendeksel. In de ark de geboden, onder het verzoenende bloed. De ark is recht en heilig, maar ook genadig.

De dragers van de ark lopen als eerst naar de Jordaan. Maar als ze dichterbij de Jordaan komen, gebeurt er nog niks. Pas als de voorste drager zijn voet al op het water zet, splijt het water. Wát een geloof en vertrouwen moesten zij hebben! Het water hoopt zich op tot een enorme stuwdam aan hun rechterkant. Aan de linkerkant vloeit het water weg richting de zee, dus komt er een pad. Het volk kan droogvoets naar de overkant, dus ook geen modder aan hun sandalen. God wijst niet alleen de weg, hij baant ook de weg waar geen weg is! De priesters met de ark gaan in het midden van de Jordaan staan. Dat doet denken aan Golgotha; omdat de Heere Jezus in het midden ging staan konden wij in het beloofde land komen.

Na de doortocht

Álle Israëlieten gingen naar de overkant, er bleef er niet één achter. Het volk gaat naast de ark over. Ze zijn nog nooit in hun leven zo dichtbij de ark geweest. Ook wij komen in het vaderland aan als we in ons leven langs het kruis zijn geweest. De priesters stonden standvastig. De zaligheid staat ook vast in Christus. Als het volk zag op het water was er vrees, als ze zagen op de ark was er hoop. De mannen die gingen beredeneren zullen angstig zijn geweest. De kleine kinderen zullen het makkelijkst overgegaan zijn. Hoe zijn uw geliefden overgegaan? De een gaat makkelijk over, de ander moeilijk. Het volk vormde een lange kolonne. Als de eersten over waren, moesten anderen nog beginnen aan de doortocht. Zij die aan de overkant waren, zullen gejuicht hebben dat zij en anderen over waren.

God is de Alfa en de Omega. Hij is de God van de uittocht, de doortocht en de intocht. Hij zal zijn werk voor mij voleinden, al duurt het veertig jaar. Hij baant wegen waar geen mens die kan bedenken.  Dankzij het kruis, het evangelie, de Heere Jezus kom ik aan. In 4:19 staat de datum van de intocht. Ze kwamen aan op de tiende van de eerste maand – Het moment dat de Israëlieten een paaslam in huis moesten nemen dat geslacht zou worden na drie dagen. Het lam staat aan het begin bij de uittocht, en de intocht was op diezelfde dag veertig jaar later. Ze waren een zwerfvolk in de woestijn, en nu een erfvolk van Kanaän. Wat zullen ze er naar uitgekeken hebben. Filosofeert u wel eens over de hemel? Hoe zou het in de hemel zijn? Soms geeft God wel eens een voorproefje van de hemelse zaligheid.

Nog één rivier, dan ben je thuis. Hoe zou je voor die rivier staan? Je komt steeds dichter bij die grens van de Jordaan. Opeens kun je er voor staan, en moet je er door. Maar als je er door bent? Dan zul je de Heere ontmoeten! Daar zal geloof verwisseld worden met aanschouwen en mag je voor eeuwig bij de Heiland zijn. Jezus gaat ons voor op het levensspoor. Voer ons aan Uw hand tot het vaderland. Amen!

Archieven

Categorieën