10 januari 2016

Over de hoge roeping en de heilige kunst van een christen

Predikant:
Bijbeltekst: Johannes 1:43a
Dienstsoort:

Samenvatting

De heilige kunst van een christen
Andreas leidde zijn broer Simon tot Jezus. Dat is een hoge roeping en een heilige kunst. Dat is wel heel hoog, zegt u misschien. Calvijn zei dat je eerste roeping was om gewoon goed je werk te doen. Misschien heeft dat soms meer te maken met het leiden tot Jezus dan wij denken. Slordig zijn in je gewone roeping is in elk geval slechte reclame voor Jezus. Leren je plicht te doen, je normaal te  gedragen, christelijk, als je dat al doet, wie weet wat dat wakker roept bij mensen. Het gezin is ook een hoge roeping. De liefde op peil houden en zorgen dat dat niet ontspoort….dat is een hoge roeping. Wat kan dat niet wakker roepen bij mensen….Je kunt ook slechte reclame maken voor je buren.
Maar komt het er dan van? Mensen tot Jezus leiden? Geen sinecure in de wereld waarin wij leven. Voor de gemeente, voor mezelf… Hebt u er wel eens één ooit bij Jezus gebracht? Misschien een stukje dichterbij Jezus gebracht? Misschien je vrouw, je kinderen, je collega…..
Het komt voor dat mensen 20 jaar collega zijn en dan niet weten dat iemand christen is. Kan dat?
Andreas betekent “de manlijke, de dappere”. Zijn vader heette Simon Bar-Jona en was visser. Bij tij en ontij het water op, daar moet je dapper voor zijn, dacht zijn vader vast. Hij woonde in Beth-saïda. De omgeving was goddeloos, net als Rotterdam. Geloven is dan voor dappere mensen. Jezus volgen gaat dan niet zomaar, net zomin als nu. Daar moet je dapper voor zijn.
Johannes de Doper zegt: breng dan vruchten voort der bekering waardig. Als je twee maaltjes vis hebt, deel er één uit…..woorden die insloegen bij Andreas. Bekering. Woorden die inslaan, dat is alle grond onder je voeten verliezen. Leven vanuit de hemel, vanuit de woorden van God, vanuit de zoon van God. Deze woorden slaan in bij deze visser. Johannes raakt een snaar bij deze Andreas. En ondanks zijn scherpe woorden zegt hij ook: ik ben het niet. Zie, daar is Hij, het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt. Mozes is gekomen met “gij zult niet” maar Jezus is gekomen vol genade en waarheid. Ik ben het niet, zegt Johannes, maar Hij, Jezus, brengt genade en waarheid. Hij neemt de zonde der wereld weg, zegt Johannes, ook die van jou, Andreas.
Toen Andreas dit hoorde, gingen zijn voeten de andere kant op, naar Jezus toe. Waarom volg je Jezus eigenlijk? Ik volg Hem omdat Hij…...Koning is?…..omdat Hij vol liefde is?…..prachtig en waar. Maar vooral omdat Hij het lam van God is dat de zonde wegneemt. Mensen leiden naar Jezus heeft er mee te maken dat je zelf weet dat Hij je zonde wegneemt.
Andreas gaat naar Jezus en Jezus keert zich om naar hem. Hij had al door dat Andreas Zijn apostel zou worden. Zo kan het zijn dat God meer in je ziet dan dat je ooit zelf kunt vermoeden. Jezus vraagt: wat zoek je? We zoeken niet iets, maar iemand! Het gaat toch niet meer om het “wat”? Je kunt een hele avond praten over het wat, maar Hem niet kennen. Geloven is dat je hart naar Hem uitgaat! Niet naar iets maar naar Hem, de Levende, die levend onder ons verschenen is!
Johannes heeft het later opgeschreven en hij weet nog precies die eerste dag bij Jezus. Andreas leert dat er zoveel is wat bij hem niet klopt. Meester waar woont gij, vraagt Andreas. Hij verlangt meer en meer naar Jezus. Als je niet genoeg aan de voeten zit van Jezus, dan vlieg je jezelf en de ander voorbij. Dan schort het aan lesuren! Dan kan het zelfs dat je mensen bij Jezus vandaan brengt…door je gedrag als vader of moeder…..Zullen we in dit nieuwe jaar telkens bij de Meester op les gaan? Anders vliegen we aan onszelf voorbij en aan de ander en brengen we niemand bij Jezus.
Er zijn mensen die zeggen alles al te weten, maar dan breng je juist mensen van Jezus vandaan. Ze hoorden Hem, ze volgden Hem, ze woonden als het ware bij Hem, en dan gaat hij Simon roepen. Hij houdt het niet stilletjes voor zichzelf, maar deelt het direct met zijn broer. Hij had nog maar een heel klein vonkje licht en toch bestraalt hij al zijn broer. Daar moet je zijn, zegt hij, bij Jezus! Hij baadde zelf echt nog niet in het licht en toch bracht hij zijn broer al bij Jezus.
Andreas vond eerst zijn broer. Dat valt me op. We hoeven het niet per definitie ver weg te zoeken. We mogen veel leren en nadenken, maar Andreas vond eerst zijn broer, ook al wist hij zelf nog lang niet alles. Andreas vond Simon en Filippus vond Nathaniël. Misschien moet je heel dichtbij beginnen, je eigen broer, neef, kind tot Jezus leiden.
Als we nou aan het eind van het jaar terugkijken, hebben we er dan één bij Jezus gebracht?  Misschien moeten we terug naar onze eerste liefde. Misschien heb je het zelf zo nodig om dichter bij het hart van God te leven. Je mag altijd weer op les. Wanneer het “wat” het verliest en het gaat weer om Hem, dan komt er weer verlangen en enthousiasme. Dan wil je weer doorgeven aan de ander.
Die eerste roeping, dichtbij. Dat zou wel eens meer Gods zegen kunnen dragen dan je verwacht. Christus is het waard om mensen bij Hem te brengen.
Misschien vindt u het zo hoog om mensen bij Jezus te brengen. Jezus zegt: kom eens een klein beetje dichterbij, de deur staat open Ik zal je toerusten, zodat je  ook de ander bereikt. Als je dat ontdekt prijs God en loof Zijn naam. Mensen tot Jezus leiden is een hele kunst, maar je leert het Goddank van hem zelf.

Archieven

Categorieën