8 april 2018

Paasvruchten bij Paulus

Predikant:
Bijbeltekst: 1 Korinthe 15:8-10
Dienstsoort:

Samenvatting

Tekst: 1 Korinthe 15: 8-10
Thema: Paasvruchten bij Paulus
Punten: 1 Verwondering 2 Vernedering 3 Verheerlijking

Als het Pasen wordt in iemands leven dan gebeuren er altijd 3 dingen, namelijk verwondering, vernedering en verheerlijking. Dat zijn de 3 punten van deze preek. Ze komen naar voren in respectievelijk vers 8, 9 en 10.
1 Verwondering
In de eerste verzen van hoofdstuk 15 wordt een opsomming gegeven aan wie Jezus verschenen is als opgestane Heer. Als allerlaatste vermeldt Paulus ook zichzelf. Hij was eerst een briesend paard, briesend tegen alle volgelingen van Jezus. Maar dan verschijnt Jezus in Zijn hemelse heerlijkheid aan Paulus. Wat een wonder dat Paulus hier Jezus en zichzelf leert kennen en niet wordt verteerd door vuur van de hemel.
Aan Paulus wordt gevraagd waarom hij Jezus vervolgt. In het Oude Testament wordt een naamgenoot, namelijk Saul, ook ter verantwoording geroepen. David vraagt hem waarom hij hem naar het leven staat. Nu gebeurt met Paulus hetzelfde als hij de grote Davidszoon vervolgt.
Wat bracht Paulus tot bekering? Was dat door verkondiging van wet en Evangelie? Moet dat gepredikt worden door een goede dominee? Dat is immers wat onze traditie voorschrijft. De apostelen kregen echter de opdracht mee om de hele wereld het Evangelie te verkondigen. We zien dat Paulus op de grond valt door de heerlijke openbaring van Jezus Christus.
Bij de tabernakel zien we iets dergelijks. Het eerste wat je daar tegenkwam was de deur. Vervolgens stond in de voorhof het brandofferaltaar, waar vergeving plaatsvond. Pas in het heilige der heilige lag de wet. Die wet geeft een leidraad voor een dankbaar leven. Dat is de volgorde.
De heerlijkheid van Jezus trekt aan. De Heere Jezus wordt genoemd het afschijnsel van de heerlijkheid van God. Als iets daarvan op je valt, dan word je opgeheven boven het hedendaagse.
Paulus komt na deze openbaring in een huis in Damascus terecht. Daar ziet God hem bidden. Hij leeft geestelijk, want bidden is ademen. Velen willen ook zo’n krachtige bekering. Zo gaat het meestal niet, en dat is ook niet normaal. Een warm christelijk gezin, een gemeente, een jeugdweekend kan zorgen voor een langzame, maar zekere ommekeer. Hoe het ook gaat, er ontstaat verwondering voor de Heere Jezus: Hij is ook voor mij gekomen.
2 Vernedering
Hoe weet je nu of je bekering echt is? Als er bij jou zowel verwondering als vernedering is ontstaan.
Paulus zegt dat hij het niet waard is. Hij zegt niet dat hij waardeloos is. Geen mens is waardeloos, want we zijn schepsel van God. Paulus had de gemeente vervolgd en dat zit hem nog dwars. Zijn er ook dingen in uw leven waar u niet trots op bent? Deze worden wel vergeven, maar we vergeten ze zelf misschien niet. Er blijven littekens achter. Het houdt een mens nederig.
Dit proces van kleiner worden gaat door, zodat Christus groter kan worden in ons leven. Dat zien we ook bij Paulus. In de Korinthe brief noemt hij zich de minste van de apostelen, later in de Efeze brief noemt hij zich de minste van de heiligen, en weer later in de Timotheüs brief noemt hij zich de grootste van de zondaren. De verdieping van het zondebesef gaat altijd hand in hand met de verwondering over de genade van Christus.
Aan al Gods kinderen mankeert wel iets. Dat mag ons bemoedigen. Jakob was een leugenaar, Simson was seksverslaafd, Jeremia was lange tijd depressief etc.
3 Verheerlijking
Paulus blijft echter niet hangen in het verleden. In vers 10 gaat hij roemen in de genade. Hij is dankbaar voor wat God met hem heeft gedaan. God heeft genade voor hem en genade met hem. Het is dubbele genade. God heeft Paulus genade gegeven om Zijn kind te worden, maar ook om Zijn knecht te worden. Die genade hebben ook wij nodig en daar moeten we ons over blijven verwonderen.
In het Engels zijn er twee termen voor genade, namelijk mercy en grace. Mercy is niet krijgen wat je wel verdient, en grace is dat je krijgt wat je niet verdient. In de gelijkenis van de verloren zoon zien we deze twee dingen ook gebeuren. De jongen mag terug komen bij zijn vader, maar hij krijgt ook nog een feestmaal.
John Newton zong over die Amazing grace. Aan het eind van zijn leven werd hij dement. Maar in heldere momenten wist hij toch nog twee dingen: I am a great sinner, and Jesus is a great Savior.

Archieven

Categorieën