13 januari 2019

Psalm 8:4-5

Predikant:
Bijbeltekst: Psalm 8:4-5
Dienstsoort:

Samenvatting

“Heere onze Heere, hoe machtig is uw naam over de hele aarde.” Dit zingt David als hij ziet dat heel de schepping vol is van de heerlijkheid en de majesteit van de Heere. De schoonheid van de schepping is zo overweldigend voor het schepsel. De schepping begint de naam van de Schepper te verwoorden: het ruime hemelrond vertelt met blijde mond de eer en heerlijkheid van de Heere (psalm 19). Hier moet je wel oog en oor voor hebben. Uit de mond van de zuigelingen kan het zelfs gehoord worden (vers 3). Het allerkleinste is sterker dan degenen die zich tegen Hem verzetten.
Als David dit allemaal ziet vraagt hij zich in zijn nietigheid en kleinheid af wat de mens is en waarom God aan hem denkt en hem zelfs een weinig minder gemaakt heeft dan de engelen (vers 5). De Heere heeft de hemel en de aarde geschapen. Op de zesde dag schiep God de mens naar Zijn beeld en Zijn gelijkenis. God zegent de mens en geeft hem de taak om over de schepping te regeren en de Schepper te vertegenwoordiger. Daarom is de mens een weinig minder gemaakt dan de engelen, dus bijna net zo groot als de Heere zelf. We begrijpen dus waarom God naar de mens omziet. De mens was echter niet tevreden met de ereplaats, maar wilde de plaats van God zelf innemen. Hierdoor heeft de mens zich in de diepe afgrond van de dood gestort. De mens heeft zich van God afgekeerd en vertoont niet meer het beeld van de Schepper. De mens is niet meer gericht op de Schepper boven zich, maar op de schepselen onder zich. De mens is meer het beeld van de andere schepselen gaan vertonen. Men is zelfs gaan geloven dat men uit deze schepselen (dieren) voortgekomen is.
De mens wil nog steeds groot of zelfs de grootste zijn. Dit zien we bij de torenbouw van Babel. De discipelen maakten zelfs ruzie over wie de belangrijkste zou zijn in het koninkrijk van God. Kinderen willen ook altijd weer groter worden. We krijgen steeds meer mogelijkheden. Er komt echter een keer een grens: “en hij/zij stierf”. Wat stelt de mens nu helemaal voor? Op een pasfoto lijk je groot, maar 50 meter verder zie je alleen een stipje. Vanuit de ruimte is ons land (met 17 miljoen mensen) maar een vlekje.
Wij zijn niet meer in staat om onze taak als onderkoning van de schepping in te vullen. Het beeld van God is in ons aan diggelen gegaan. De Heere was een bekende van mens, zoals we bij Adam en Eva hebben gezien. Het beeld van God bevatte ook gerechtigheid, want de mens kende de wil van de Heere. Tenslotte was de mens heilig, zonder zonde dus. Van dit beeld zijn er alleen nog maar scherven over.
Waarom zingt David dan toch deze psalm? David is een profeet en zingt over hoe het eens zal zijn. De Heere heeft Adam en Eva opgezocht: “Adam ben je?”. De Heere lijmt niet de scherven aan elkaar, maar vernieuwt de mens. In Hebreeën 2 worden de woorden van psalm 8 aangehaald. Hierbij gaat het niet alleen over de eerste Adam, maar ook over de tweede Adam: Jezus Christus, de Zoon van God. In Christus draagt God zorgt voor Zijn kinderen. De Zoon van God heeft Zijn eer en heerlijkheid achtergelaten om onder de mensen te gaan wonen. De Heere heeft heel de schepping onder de voeten van Zijn Zoon gelegd. In tegenstelling tot Adam is dat niet vanzelf gedaan. De mensen hebben Hem niet aangenomen en Hij is als een lam ter slachting geleid (Jesaja 53). Door het lijden heen is Christus tot de glorie gekomen, waardoor het eeuwig zalig leven als een nieuw schepsel is verworven. De vraag is of u dat gelooft.
Door de zonden zijn we niet meer zoals we geschapen zijn. God wil ons nieuw maken door de Heere Jezus, die mens geworden is zoals wij, uitgezonderd de zonde. God de Vader heeft onze zonden op de Heere Jezus gelegd, zodat de mens weer zonder zonden zou worden. Op Golgotha is de Heere Jezus ten onder gegaan. Als u vertrouwt/gelooft dat Zijn bloed ons reinigt, zullen we weer nieuw worden. Dan mogen we alle scherven op aarde achterlaten. Dan mogen we in een nieuwe hemel en een nieuwe aarde leven. Als wij op een afstand van de aarde kijken zien we geen mens, maar God ziet ons wel. God wil niets liever dat dan Zijn verloren zonen en dochters weer thuiskomen. Daar heeft Hij Zijn eigen Zoon voor over gehad.
Adam kreeg de taak om over het dierenrijk te regeren, maar Christus regeert over de mens. Jezus zegt over zichzelf “Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde”. Wij mogen de kroon weer ontvangen en met Hem regeren en het Koninkrijk van God beërven. In Christus krijgt psalm 8 betekenis voor de toekomst. Door het geloof wordt er weer iets zichtbaar van het beeld van God. Dan hebben we de opdracht om voor de schepping te zorgen. De zorg voor de schepping is geen linkse hobby, maar een christenplicht. Zijn wij in de schepping Gods medearbeiders, of werken we Hem tegen? Vertrappen we de werken van God of wandelen wij erin?
De scherven van deze wereld brengen geen geluk. Het echte geluk komt doordat God mensen een weinig minder maakt dan de engelen. Voeg je je dan in het koor: O Heere onze Heere, hoe machtig is Uw naam op de hele aarde. Amen.

Archieven

Categorieën