16 februari 2020

Stel op de Heere in alles u vertrouwen

Predikant:
Bijbeltekst: Johannes 5:8-9
Dienstsoort:

Samenvatting

Toen de Israëlieten bij de berg Sinaï stonden en het donderde en bliksemde, was het volk onder de indruk en zelfs bang. Door dat gericht heen sloot God Zijn verbond met het volk. Het volk was dusdanig onder de indruk dat ze Mozes vroegen tussen God en hen te gaan staan. Maar toen Mozes daarna lang wegbleef op de berg, richtte het volk een afgodsbeeld op. Daar begonnen ze hun hoop op te vestigen. Dat kon God niet verdragen, want hij duldt niets of niemand naast zich. We moeten alleen op Hem ons vertrouwen stellen.

We mogen blij en dankbaar zijn voor mensen die om ons heen staan, of voor goede medicijnen, maar dat zijn gaven en instrumenten van God. Daar moeten we niet op vertrouwen, maar op God zelf.

De zieke man ligt samen met anderen in een zuilengalerij rondom een bad. Ze verwachten dat dit water hen kan genezen, omdat het volgens de (volks)verhalen soms wordt aangeraakt door een engel en dan tijdelijk genezende kracht heeft. Dit was waarschijnlijk bijgeloof van de mensen. Dit 4e vers van Johannes 5 mist ook in de oudste handschriften van dit Bijbelgedeelte. Het water werd in werkelijkheid mogelijk bewogen door een daaraan verbonden bron en niet door een engel.

De man ligt al 38 jaar te wachten om ook genezen te worden, maar wordt steeds teleurgesteld. Wat kan het ook voor ons moeilijk zijn als we op genezing te moeten wachten. Waar verwachten we het dan van? Deze man had toch eigenlijk een verkeerde verwachting, die was namelijk gericht op dat water.

Dan komt Jezus naar die ene man en die staat symbool voor alle anderen. Jezus staat niet in verbinding met die engel, anders had Hij die wel uit de hemel kunnen laten komen om genezingen te verrichten. Jezus geneest niet direct, maar gaat in gesprek en vraagt de man of hij genezen wil worden. Daardoor richt Hij de aandacht op Zichzelf. Dat gebeurt ook in deze kerkdienst, Hij is namelijk aanwezig in Zijn Woord. Ook nu is Jezus met ontferming bewogen en ziet u. Bij Hem moeten we zijn met onze vragen en teleurstellingen.

Jezus vraagt dan aan de man om iets te doen wat hij niet kan. Hij vraagt de verlamde namelijk om op te staan. De Heere weet ook af van onze onmogelijkheden. Hoe kunnen we ons bekeren, hoe kunnen we Gods wet houden, hoe kunnen we verslavingen beëindigen?

Dan kun je pessimistisch reageren door te stellen dat je het niet kunt wat God vraagt en het daarom laten liggen, of je stelt op de Heere je vertrouwen. Net als Petrus die op de aanwijzing van Jezus het visnet aan de verkeerde zijde van de boot uitgooit.

Als de Heere dit zegt tegen deze man, dan verwacht Hij het niet van deze man, maar geeft Hij hem zijn genade om het te doen. Zo mogen ook wij de Heere aanroepen voor onszelf en voor anderen. De macht en genade van Christus is zo groot dat de man op Zijn woord geneest. Dat gebeurt ook in deze tijd nog. Zowel wonderlijke lichamelijke genezingen als geestelijke genezingen.

Later komt Jezus de man weer tegen en onderwijst hem. Het wordt duidelijk dat het niet genoeg is om eenmaal het verlossende woord van Christus te horen. Wij hebben Zijn hulp eenmaal nodig om uit de dood op te staan, maar ook om met het leven door te gaan. Jezus legt de man uit dat het uitermate belangrijk is dat hij niet zondigt, maar zich door God laat leiden.

Het volk Israël was ook 38 jaar in de woestijn aan het dwalen geweest. Daarna kwamen ze in Kanaän aan. Maar vanwege hun zonden werd het nog ernstiger en volgde er de 70 jarige ballingschap. Dat is ook voor ons een waarschuwing.

We moeten elke dag van onze afgoderij worden bekeerd, want steeds stellen we ons vertrouwen op mensen en zaken, in plaats van op God. Laat onze aandacht gericht zijn op God en Zijn Woord. Zo gij Zijn stem dan heden hoort, gelooft Zijn heil- en troostrijk Woord, verhardt u niet maar laat u leiden.

Archieven

Categorieën