18 oktober 2020

Tranen en vreugde

Predikant:
Bijbeltekst: Nehemia 8:1-13
Dienstsoort:

Samenvatting

Het gaat vanmorgen over tranen en vreugde, emoties. Je kunt wel eens jaloers worden op hoe mensen in het Midden-Oosten, ook in Israël, hun emoties kunnen uiten. Wij zijn wat minder sterk in het tonen van emoties. We leven in een tijd van onzekerheid, maar ook een tijd van geestelijke armoede. Wat zou het fijn zijn als wij ook tranen en vreugde mogen ervaren.

Er vindt een opwekking plaats na de terugkeer naar Jeruzalem. De volken rondom hebben gezegd dat God iets groots heeft gedaan. Het volk komt blij terug in Jeruzalem, vol verwachting en hoop. Echter, in Jeruzalem treft hen veel moedeloosheid omdat Jeruzalem platgeslagen is. Er staat niks meer. De stad is open, er is gevaar van rondom, maar ook van binnenuit. Er was geen bescherming meer. Maar God zorgt. Hij geeft mensen die nodig zijn; een stadhouder die voor veiligheid rondom gaat zorgen. Dat kunnen we ook zien in onze tijd; het lijkt soms alsof het enige wat we moeten bestrijden het virus is. Maar zijn we er als we veilig zijn voor het virus? We missen dan de heiligheid nog. Daar gaat de Heere ook voor zorgen in de crisistijd in Jeruzalem. Hij geeft Ezra, de schriftgeleerde en priester. Ezra behoorde bij de ballingen en in Babel had hij zich enorm verdiept in de Torah. Ezra blijft langer dan de overige ballingen in Babel. De heidense koning in Babel vraagt aan Ezra waarom hij niet terug gaat naar Jeruzalem om met zijn kennis het volk te dienen. Dus keert Ezra terug, en God gaat hem meteen gebruiken.

De eerste dagen van de zevende maand zijn de nieuwjaarsdagen in Israël, het zijn heilige dagen. Volgens de voorschriften in Leviticus moet dan de ramshoorn geblazen en de Torah gelezen worden voor het volk op het plein. Als de ramshoorn gehoord wordt, beseffen de mensen dat ze naar Jeruzalem moeten gaan. Alle mensen die het een klein beetje kunnen begrijpen, zijn er bij, ook jongeren en kinderen. Al die mensen staan zes uur lang op het plein. Ezra begint uit de Torah te lezen. Het volk wist nauwelijks meer van de Torah af. Het lijkt op een soort openluchtkerkdienst, naast hem staat ‘de kerkenraad’. Ezra staat er niet alleen voor. De oren van heel het volk zijn gericht op het wetboek, op wat Ezra gaat lezen. De Geest is aan het werk, er ontstaat daar in de openlucht een stukje liturgie. Het volk antwoord met ‘amen, amen!’,  en knielt neer voor God.  Ezra preekt niet, maar leest alleen voor. Er gaan dertien mensen en levieten die wat meer over de Torah weten met groepjes van het volk uiteen om uitleg geven. Ook werd er vertaald, omdat sommige mensen alleen Aramees spraken. Er gebeuren hele bijzondere dingen. De mensen begrepen de woorden die hen bekend werden gemaakt. De woorden van Ezra raken de mensen diep in hun hart. Het dringt opeens tot hen door; wat hadden we een kostbare schat, wat hadden we geestelijk rijker kunnen leven als we meer uit de Torah hadden gelezen en gehoord.

Maar er is nog een reden waarom de hoorders beginnen te huilen. De woorden van de wet hebben hen geraakt als een scherp zwaard. ‘Vervloekt is een ieder die de woorden van deze wet niet uitvoert door ze te houden!’ En de hoorders beseffen de grootheid van hun zonden. Door het horen van de wet worden ze ontdekt aan hun schuld. Ze zien hun zonden levensgroot voor zich.  Dit is vergelijkbaar met de Pinksterdag. De vraagt ontstaat; wat moeten we doen om gered te worden? We lezen in hoofdstuk 9 dat ze hun zonden en de zonden van hun vaderen gaan belijden. Er ontstaat een nationaal berouw. Een terugkeer naar de Heere. Dat is in onze dagen ook nodig. Wat is er in twintig eeuwen kerkgeschiedenis veel fout gegaan, ook richting Israël. De kerk is daar schuldig aan. Door de eeuwen heen ontstaat er haat richting Israël. Joden worden verguisd. Duitse soldaten hadden op hun uniform staan: ‘Got mit uns’, terwijl die verschrikkelijke dingen in concentratiekampen gebeurden. Wat zou het goed zijn als wij ook een stukje schuld zouden belijden voor de zonden van onze voorvaderen. Onze koning nam daarin het voortouw tijdens dodenherdenking dit jaar, door te zeggen dat zijn grootmoeder meer had kunnen doen tijdens de tweede wereldoorlog.

Wat we hier zien is een stuk geestelijke opwekking in crisistijd. Prachtig hoe God zorgt voor opwekkingspredikers in een crisis. Ezra is gewoon aan het voorlezen, maar de Geest komt er enorm in mee. Wat zou het mooi zijn als we dat in onze tijd ook konden zien. We hebben God tekort gedaan. Een stuk ontdekking van de schuld, berouw over de zonden. Ezra en Nehemia zeggen tegen het volk dat ze niet bedroefd hoeven zijn. Laat de vreugde van de Heere uw kracht zijn. Maar zachte heelmeesters maken toch stinkende wonden? Ezra en Nehemia bedoelen niet dat berouw niet goed zou zijn. Maar niet op deze dag. Deze dag, nieuwjaarsdag, moet een feestdag zijn. Een heilige dag ter ere van de Heere. Wees stil, want deze dag is heilig. Vreugde in Hem die dit allemaal heeft gegeven. Laat vreugde ook je toevlucht zijn. Wat er ook gebeurd, schuil bij Hem, wees blij om Hem. Laat Hij je kracht zijn.

Wat is onze kracht in deze crisistijd? Laat de vreugde van de Heere onze kracht zijn, die ons er elke keer weer bovenuit helpt. Laten we niet geregeerd worden door angst en onzekerheid. Er komt veel op ons af. Maar God kan zo veel vreugde geven. Leef vanuit Hem. Laat dat onze kracht zijn, dat we Hem overhouden. Prachtig om te leven uit de vreugde van de Heere. Onze woonplaats is in de hemelen.

Ik heb het telkens over vreugde in de Heere. In de HSV gaat het over vreugde van de Heere. Vanuit het Hebreeuws kan het allebei. Het gaat hier eerst over de droefheid in God. Dan zeggen Ezra, Nehemia en de Levieten dat de mensen juist vreugde in de Heere moeten hebben. Ik snap de vertalers wel een beetje, als het gaat over ‘de vreugde van de Heere is onze kracht’. De vreugde in de Heere is veranderlijk per dag. De vreugde van de Heere is ook een geweldige kracht. God kijkt naar Zijn kinderen door het bloed van Zijn Zoon, alsof ze nooit zonden gekend of gedaan hebben. Terwijl er aan ons mensen zo weinig vreugde te beleven valt, beleeft God toch vreugde aan mensen.

Het woord vindt ingang bij het volk. In hoofdstuk 9 lezen we dat de opwekking echt was. De volgende dag komen ze weer bij elkaar. Dan vieren ze geen feest, dan verdiepen ze zich echt in het wetboek om meer te leren. Ezra zegt dan dat het een feestdag is, hij stuurt de mensen naar huis om feest te vieren. De onderlinge maaltijd hoort er bij. De Heere is geen karige God. Ook op de Pinksterdag lezen we dat de mensen aten met vreugde en met eenvoud van hart. God vraagt niet van ons dat we brood der smarte eten. Verheug je in Hem! Die vreugde in God loopt uiteindelijk uit op een maaltijd; het vreugdemaal van de volken. De bruiloft van het Lam is gekomen. Het is van tweeën een: of eeuwige vreugde of eeuwige tranen. In deze crisistijd mag het ons gebed zijn; Heere werk ook nu uit wat U toen uitwerkte. Tot vreugde van U en vanuit vreugde in U! Amen.

Archieven

Categorieën