7 februari 2016

Uw zonden zijn u vergeven

Predikant:
Bijbeltekst: Markus 2:5
Dienstsoort:

Samenvatting

Je komt bij de dokter omdat je hoofdpijn hebt. De dokter vraagt: “hoe is het met je knie? Ga maar naar de fysiotherapeut en dan gaat het wel over.” Toen tegen een dat je zegt: daar kom ik toch niet voor? Wat zal die verlamde man wel niet gedacht hebben….De geruchten over Jezus’ wonderen doen de ronde in Kapernaüm en omstreken. Jezus bevrijdt mensen van koorts en van demonen, en tal van ziekten. De vier vrienden krijgen hoop voor hun verlamde vriend. Hun vriend zit diep in de ellende, heel concreet. Of hij zelf ook hoop heeft, is nog niet eens gezegd. Maar zijn vrienden hebben het gezegd. Jezus zag met name hùn geloof, zo staat het er. De actie ging van de vrienden uit. Hoe die man er zelf over dacht en of hij het zag zitten, weten we niet. Misschien had hij wel geen vertrouwen en was hij te zwak, te moe en misschien te twijfelmoedig om naar Jezus te gaan. Maar zijn vrienden namen hem mee. Mooi als dat nu ook gebeurt, als je vrienden je meenemen naar Jezus als jij niet meer kunt.
Die vier vrienden kun je zien als de gemeente. Een van de roepingen van de gemeente is dat zij voorbede doet, dat zij anderen bij Jezus brengt. Doet u dat? Neemt u mensen mee in uw voorbede? Door de zondagsbrief, de gebedsbrief….de voorbede is als het ware een gebedstouw. Zoals de 4 vrienden met hun touwen hun vriend lieten zakken voor Jezus. Zo mag je door gebedstouwen de ander bij Jezus brengen. Als de gemeente bidt, moet je erbij zijn, ook in de dienst. De gemeente als gebedskring. Dat voel je, als een gemeente voor je bidt. Je wordt gedragen door de gebeden van de gemeente, alsof God Zijn handen onder je schuift en je daardoor niet valt. Die gebedstouwen, daar mag je je zelf ook aan optrekken.  Ben ik nou zo’n broeder of zuster voor een ander, omdat God uw geloof ziet en uw gebed hoort?
Deze vrienden brengen hun vriend bij Jezus, maar het huis is tjokvol en Hij is niet bereikbaar. Maar ze geven het niet op. Ze hadden kunnen zeggen: jammer, laat maar. Maar ze geven niet op. Hoe makkelijk geven wij soms niet op? Je bidt ergens voor en er gebeurt niks, en je zegt: nou, laat dan maar. Die vrienden laten zich niet afschepen. Geloof legt zich niet neer bij een dichte deur. Dat deed de Kananese vrouw niet toen Jezus over de hondjes begon. Dat deed Jakob niet toen hij met God worstelde. Ik heb geen rust voor ik bij Hem ben, je denkt toch niet dat ik me laat tegenhouden?
Die 4 mannen breken zowat in bij Jezus. Bidden is soms ook bijna inbreken bij Jezus. Ze leggen hun vriend pardoes voor Zijn voeten neer.  Houdt aan in de gebeden! Kijk niet naar de dichte deur maar kijk naar wie er achter is en hou vol met kloppen op die deur. Wie klopt zal worden opengedaan…
Jezus onderbreekt zomaar Zijn onderwijs. Hij laat zich onderbreken. Hij richt zich op die ene mens. Hij verlaat de 99 en richt zich op dat ene schaap…Een man zonder naam, een zwakke, een eenvoudige man. Hij is niet geleerd, vroom of krachtig en maakt geen indruk. En toch ziet Jezus hem. Zou dat niet typerend zijn voor Jezus? Zijn oog valt juist op wat niet in tel is. Jezus ziet je. En Jezus ziet ook hopeloze gevallen en spoedgevallen. Je kijkt om je heen en je ziet veel kerkgangers die beter, vromer en geloviger zijn dan jij. Waarom zit ik hier eigenlijk? Laat Jezus nou net op die ene Zijn oog laten vallen. Zijn oog slaat mij in liefde gade…dat dat nou op jou betrekking zou kunnen hebben! Daar komt Jezus. Hij ziet die man voor Zijn voeten liggen. Hij kijkt niet hulpeloos toe maar gaat genezen. Weg met die ellende, weg met dat bed. Het recept dat Hij uitschrijft klinkt met grote verbazing in hun oren: Zoon uw zonden zijn u vergeven……
Maar  daar komt hij toch helemaal niet voor? Daar hebben zijn vrienden hem toch niet voor bij Jezus gebracht? Daar is hij toch niet voor gekomen? Waar ben jij vanmiddag voor naar de kerk gekomen. Misschien kwam je om getroost en bemoedigd te worden, of om tot rust te komen. Of je bent gekomen om te weten te komen hoe je moet leven in deze stad. Of voor de gemeenschap der heiligen…allemaal hele goede redenen. Maar als Jezus nou tegen u zou zeggen: uw zonden zijn u vergeven….dan zou je ook kunnen denken: daar kwam ik toch niet voor….? Je hebt misschien wel hele andere vragen. Waarom het zo te keer gaat in de wereld, en over Gods leiding en zo. Is zonde en vergeving nou echt altijd een item in je leven?  Is dat nou de grote vraag in je leven? Of er vergeving voor je is? Nou nee, als ik eerlijk ben niet misschien. Hoewel de vraag dieper zit dan je soms denkt. Het zijn vragen van jongeren en ouderen. Aanvaardt God mij wel na alles wat ik heb gedaan…?
Aan de andere kant kan het ook zijn dat vergeving de normaalste zaak van de wereld is geworden. Natuurlijk is er vergeving….natuurlijk vergeeft God de zonden. Daar hoef je toch niet steeds opnieuw over te beginnen? Dat is toch klaar? Nu moeten we toch vooruit kijken?
Toch begint Jezus over zonde en vergeving. Dat is verrassend. Niet wij, niet Adam en Eva, maar God begon over de zonde. God begon over een offer, niet het volk. Dat was het verlangen van de Heere zelf. Wij beginnen niet gauw over de zonde, uit hoogmoed, schaamte of ongeloof.  God wel. Al die andere thema’s prima, maar Ik wil het ook met jou hebben over zonde en vergeving. Ook al zeg jij misschien van niet. Het is heel confronterend, maar ook bevrijdend. God haalt de onderste steen boven en pluist je leven tot op de draad uit. En nou zijn we waar we moeten zijn….Prediking wordt juist bevrijdend als het over zonde en vergeving gaat. Het is onze redding dat God er over begint. Mag de Heere er bij u en jou ook over beginnen? Als je bij Hem komt met een andere kwestie, begint Hij misschien over iets heel anders. Mag Hij dat doen in jouw leven?
Of suggereert Jezus dat de ziekte van deze man een straf is? Nee, dat zegt hij niet. En als Hij het zegt dan doet Hij dat niet zomaar. Er zijn er direct die zich ergeren: zonden wegnemen kan toch alleen God? Ze zien het als godslastering.  Iedereen kan zeggen dat hij zonden vergeeft, dat is niet zo moeilijk, zeggen ze.  Bij de Farizeeën begint ergernis te groeien. Hij mag best een paar wonderen doen, maar hij moet niet alle aandacht vragen. U moet thuis hoofdstuk 2 eens uitlezen en doorlezen tot hoofdstuk 3 vers 6. Dat is een soort versnellingsbak. De ergernis groeit uit tot een moordplan, je ziet die stappen terug. H. 2 vers 7, vers 16, vers 18 en 24 en H.3: 6. Van 0 tot 100 in 5 seconden. Het kan maar zo zijn dat er een piepklein ergernisje is over God en Jezus en Zijn woord. Pas op, als je het laat gaan wordt het een sneeuwbal en reken je voor je het weet voorgoed met Jezus af. Laat het niet voortwoekeren maar bid om bewaring.
Jezus neemt het woord en de vraag kantelt. Het gaat niet meer om de vraag waarvoor de verlamde kwam, maar om de vraag waar Jezus voor is gekomen.  Jezus weet dat Hij de zonden der wereld zal gaan wegdragen, dat Hij daarvoor juist is gekomen. Dat God Zijn gericht zal openbaren en dat er straks een kruis zal staan. Aan dat kruis zal u niet hangen, maar Ik. U komt niet tot mij om vergeving van zonden, maar Ik kom wel tot u., Ik kom doen waar u niet om gevraagd hebt. Ik kom tot u, of u het nou wilt of niet, of u er naar verlangt of niet. Hij openbaart zich als de Heiland die de zonden vergeeft. Het is één grote uitnodiging om uw zonden bij Jezus te brengen. Doe dat dan ook! Leg het als een bed voor Jezus voeten. Wat let u dan vanmiddag, om heel uw verloren bestaan te leggen aan de voeten van Christus? Loof Hem die u al wat u hebt misdreven, hoeveel het zij genadig wil vergeven….Als Hij zo tot u komt, hoe zult u dan tot Hem komen? Zo wil Hij in uw leven gekend  en aanbeden worden. Jezus, Zaligmaker, daarvoor ben Ik gekomen.
Is die genezing dan niet belangrijk? En waarom geneest Hij dan toch? Vergeving van zonde is noodzakelijk voor ieder mens. Wat heb je aan gezondheid als je zonden niet vergeven zijn?
Gezondheid is niet het belangrijkste. Dat is vergeving. Maar daarmee is het andere nog niet overbodig geworden, Hij brengt zowel vergeving als genezing. Met lichaam en ziel eigendom van Jezus Christus… Voor beide heeft Jezus betaald. In vers 10 laat hij bijna terloops de titel “de zoon des mensen” vallen Dat was de Oud-Testamentische term voor de Messias. Die het rijk in ere herstelt. De zonde vreet door in ons lichaam. Het rijk van God is er pas als we verlost zijn van de zonde en van haar gevolgen. Wat Jezus hier doet is een voorproef van het komende Koninkrijk. Dat koninkrijk komt omdat hij de zonde vergeeft en de gevolgen van de zonde overwint. U kwam er misschien niet voor in de kerk vanmiddag, maar Jezus kwam er wel mee tot u, als de hemelse arts, naar lichaam en ziel.
Gemeente, wilt u thuis nog eens goed naar Zijn recept kijken?

Archieven

Categorieën