10 december 2017

Van preekstoel naar rechterstoel

Predikant:
Bijbeltekst: 1 Thessalonicenzen 2:13-20

Samenvatting:

Thema van de preek: Van preekstoel naar rechterstoel
3 gedachten:
Erkenning (vers 13)
Miskenning (vers 14)
Herkenning (vers 19)
Preek
Zullen we elkaar in de hemel herkennen? Sommigen geloven van wel, anderen van niet. Toen David zijn kind verloor verwachtte hij wel dat hij zijn kind weer zou ontmoeten; David droogde daarom zijn tranen. Op de berg der verheerlijking herkende Petrus Mozes en Elia.  In 2 Tessalonicenzen 4 staat dat God de in Jezus ontslapenen weer terug zal brengen. Deze drie passages uit de Bijbel geven wel aan dat er sprake is van herkenning. Wij zullen dus niet alleen de Heere Jezus zien, maar ook elkaar weerzien. Als we dat geloven geeft dat licht. Dan mogen we “tot ziens” zeggen tegen elkaar. Kinderen van één Vader mogen elkaar weer terugzien als broeders en zusters. Job gelooft is de opstandig van dit lichaam; een verheerlijkt lichaam. Als we nu met pijn afscheid moeten nemen, mogen we elkaar toch weer terugzien in het hiernamaals.
Erkenning (vers 13)
In vers 13 gaat het over het aannemen van het gepredikte Woord van God. Hoe weten we of we in de hemel komen? We kunnen niet zomaar zeggen dat iedereen die vanmorgen aan het avondmaal zat ook in de hemel komt. De Heere Jezus zegt zelfs dat hij mensen niet kent die zeiden dat zij in Zijn naam gepredikt hadden. Paulus zegt dat de gemeenteleden niet een mensenwoord, maar Gods woord hebben aangenomen. Het gepredikte woord werd aangenomen. Paulus heeft drie weken het Woord van God gebracht op de markt van een afgodische stad. Paulus begin met vijandschap. Toch mocht Paulus de boodschap van Jezus en het eeuwige leven brengen. De Heilige Geest heeft deze prediking gezegend. Sommige Joden, Grieken en een aanzienlijke hoeveelheid vrouwen kwamen tot het geloof. Zij bekeerden zich en deden hun afgoden weg. Het is niet de bedoeling dat wij het gepredikte woord beoordelen, maar dat we naar het woord van God luisteren. God gebruikt mensen voor de prediking van Zijn woord. Het gaat om de boodschap. Wat heeft de afgelopen 12 jaar het woord voor uitwerking bij u gehad? Is het binnendrongen en tot het hart gekomen, door de werking van de Heilige Geest?
Het woord heeft tweeërlei uitwerking: tot geloof of tot miskenning. Het is erg als je immuun wordt voor het Woord van God. Het Woord is als een tweesnijdend scherp zwaard: daardoor ga je bloeden. Het Woord kan ook zoeter zijn dan honing.
Miskenning (vers 14)
Mensen die het Woord aannamen werden veranderd. Zij gingen anders om met geld, sex, macht, enzovoorts. Dat botst met de gode-vijandige wereld. Het Woord is voor de Joden een ergernis en voor de Grieken een dwaasheid. Als we Hem belijden moeten we ook lijden. Paulus wordt er zelfs van beschuldigd dat hij de Joden zou haten. Paulus zegt echter dat de Joden verhinderen dat de heidenen zich zouden bekeren. Op een gegeven moment is de maat van Heere echter wel vol. God komt dan met Zijn oordel. Hoe lang zal dat oordeel voor ons nog duren? Bij Noach was het 120 jaar, bij Ninevé was het 40 dagen. Over het joodse volk is ook het oordeel gekomen.
In vers 17 en 18 spreekt Paulus het verlangen naar de gemeente uit. Er is een hechte band tussen de voorganger en de gemeenteleden. Paulus mag een geestelijke vader zijn. Paulus wil naar ze toekomen, maar de satan verhindert het hem. Aan de ene kant is de satan heel machtig (houdt het woord tegen), aan de andere kant kan dit tot leiden tot een grotere zegen op een andere plaats. Aan deze verhindering hebben we namelijk deze Thessalonicenzenbrief te danken.
Herkenning (vers 19)
In onze tekst gaat het over de wederkomt. Wat is onze hoop, blijdschap en roem? Paulus zegt dat de gelovigen van de gemeente zijn roem zijn. Paulus is een dankbare vader, omdat hij deze geestelijke kinderen heeft mogen verwekken. Bij de wederkomst mag Paulus deze geestelijke kinderen aan de Heere Jezus aanbieden. Dat zal een feest van herkenning, rondom de troon van het Lam, zijn. De roem en blijdschap van Paulus is dat hij niet alleen nar de hemel zal gaan.
Vroeger stond er op een schoolrapport “bevorderd naar klas ..”, maar ook een cijfer voor ijver en vleit. Mogen wij dan ook als gemeente van de Maranathakerk rondom de troon van Jezus staan? Andreas mocht zijn broer Petrus naar de Messias leiden. Wat zal het een blijde dag zijn als Jezus terugkomt! Wat zullen alle evangelisten blij zijn als zij mogen zien wie zij allemaal mee mogen nemen! De Heere Jezus zal op die dag kronen uitdelen. In de sport wordt er gestreden voor en vergankelijk lauwerkrans. Een evangelist krijgt een zielewinnerskroon. Voor de pastorale werken zal de Herderskroon uitgedeeld worden. De vervolgden krijgen een martelaarskroon. Allen die Zijn verschijning hebben liefgehad krijgen een Maranatha-kroon, omdat zij een levende wederkomst-verwachting hebben. De vijfde kroon is voor degenen die volharden tot het einde.
Bij de rechterstoel van Jezus zal tegen Paulus gezegd geworden “getrouwe dienstknecht”. Op allerlei manier kunnen er mensen zijn (misschien wel zonder dat wij die kennen) die door middel van ons tot geloof zijn gekomen. God zij dank voor die blijde verrassing! O, mochten we allen om Jezus heen staan! Jezus uw naam zij de eer, want Gij zijt der mensen en engelen Heer!
Amen.

Archieven

Categorieën