13 augustus 2017

Verantwoordelijkheid en oprechtheid

Predikant:
Bijbeltekst: Leviticus 10:1-7 Handelingen 4:36-5:11

Samenvatting:

Thema: ‘Verantwoordelijkheid en oprechtheid’ n.a.v. de geschiedenis van Ananias en Saffira

Samenvatting
Een bekende, verschrikkelijke geschiedenis van Ananias en Saffira; ze liegen, bedriegen en geven niet alles. Dat moeten ze met de dood bekopen. Nadab en Abihu gingen offeren en werden gedood omdat ze het vuur zelf aanstaken en geen kooltje gebruikten. Is God wreed? Waarom moesten deze mensen de doodstraf krijgen? Wat betekenen deze geschiedenissen voor ons? Deze mensen handelden verkeerd, maar als zij moesten sterven, moeten dan niet heel veel mensen sterven? Waar is mijn recht om te overleven? Ben ik nooit oneerlijk?

Het is de tijd van de eerste christengemeenten. De Heilige Geest is uitgestort en het evangelie wordt puur doorgegeven. De gemeenteleden hebben alles voor elkaar over; dat valt op. Het lijkt wel een paradijservaring van liefde en eensgezindheid, een wandelen met God. Een periode van ongeremde vreugde, net als toen u God leerde kennen.

Barnabas van Cyprus had een akker, waarschijnlijk om er later begraven te worden. Die akker biedt hij te koop aan, zo kan hij de opbrengst gebruiken ten nutte van het koninkrijk van God. Barnabas wil dienen voor God en het Koninkrijk. In de nieuwe toekomst gaat het om Gods belang en is er zuiverheid.

Ananias en Saffira verstoren de mooie situatie in de gemeente. Ze zoeken eigenbelang. Ze zijn bewogen en willen ook een goede daad doen door te geven. Maar ze waren nog niet helemaal los van het aardse, hun hoofd was nog niet helemaal in de hemel. ‘Laten we wat voor onszelf houden, maar wel zeggen dat het alles is.’ En dat gebeurt ook. Petrus vraagt waarom de satan het hart van Ananias heeft vervuld. ‘Je hebt tegen God gelogen!’ Het wordt stil en Ananias valt dood neer. Er kwam een kras op Gods gloednieuwe gemeente. De opbrengst mochten Ananias en Saffira houden, ze mochten ook een gedeelte geven, maar ze mochten de liefde van God niet gebruiken voor hun eigen eer. Ze hadden, net als Nadab en Abihu, onvoldoende besef van Gods heiligheid.

Er komt grote vrees, groot respect voor God in de gemeente. Iedereen die het hoort leidt het tot een dieper inzicht van God en Zijn heil. Wij moeten ook zuinig zijn op Gods kerk, wereldwijd en plaatselijk. Hoe gaan we daarmee om en wat willen we ermee?
Zet je eigenbelang opzij en dien de Heere. Een hoge opdracht voor een christen, het gaat eerst om de gemeente en dan pas om de leden.
God zet waarschuwingsborden op de weg naar het Koninkrijk: pas op, zoek de eer van de Heere en het heil van de gemeente.

Verantwoordelijkheid en oprechtheid, zomaar wat gedachten:
Laat Christus onze oriëntatie en Leider zijn ten allen tijde.
Heb meer liefde voor de gemeente dan voor jezelf.
Zoek de vrede van elkaar en de ander.
Blijf gericht op het eeuwig doel. Wees eerlijk voor God en jezelf en elkaar.
Draag je steentje bij aan Gods gemeente, een unieke leefgemeenschap.
Leer van je fouten en laat je corrigeren door Gods Woord. Dat proces van leren gaat door, Christus leeft en vergeeft. Volhard niet in uw fouten en ontken ze niet.
Vrijmoedigheid moeten we niet wegwerpen, maar leven in de vreugde van Gods paradijs.

 

Archieven

Categorieën