3 februari 2019

Vergeving

Predikant:
Bijbeltekst: Lukas 5:20
Dienstsoort:

Samenvatting

Vanavond gaat het over een groot woord: vergeving.

Een zendelinge vertelde dat ze tijdens haar uitzending waren overvallen door terroristen. Haar man werd vermoord en zij werd geschonden. Drie jaar later werd ze geïnterviewd door een christelijk blad. Aan het eind van het interview werd haar gevraagd of ze nu in staat was om de daders van die vreselijke gebeurtenis te vergeven. Eerlijk gaf ze aan dat dit nog erg moeilijk was.

Vergeving is iets groots en spreekt nooit vanzelf. Het is iets persoonlijks en gaat echt van jezelf uit. Vergeven is werkelijk genade. Als je daar iets van beseft, dan begrijp je ook iets van de bezwaren van de Farizeeën tegen de vergeving die Jezus schenkt in het schriftgedeelte.

De Farizeeën waren serieuze en toegewijde Joden. Ze bestudeerden de wet en probeerden die toe te passen op het dagelijks leven. Ze waren van heinde en ver gekomen om naar Jezus te luisteren. Er werd gezegd dat Hij wonderen deed en ze vroegen zich af wie Jezus was. Zijn wij hier in de kerk ook met diezelfde vraag?

Er staat dan iets opvallends in vers 17. Er was kracht van de Heere om hen te genezen. Blijkbaar was die kracht er niet altijd. Niet iedereen in de omgeving van Jezus werd genezen. Het woordje ‘hen’ in die zin slaat terug op de toehoorders. En hebben we niet allemaal genezing nodig? Veel Farizeeërs moesten worden genezen van hun ongeloof. Hoe staat dat er bij ons voor? Zijn wij nog ziek in de ogen van God?

Juist nu, komt er een verlamde man, gedragen door zijn vrienden naar Jezus. Als ze bij het huis komen, waar Jezus is, kunnen ze niet naar binnen. Ze geven echter de moed niet op en maken een opening in het dak. De verlamde wordt naar beneden gelaten. Dat is een spectaculaire gebeurtenis, maar de vergeving door de Heere Jezus is nog veel spectaculairder.

Deze man komt toch om genezen te worden?  Is het dan niet ongepast om over de zonde te beginnen? Echter, bij het zien van een verlamde dachten de vrome Joden aan de zonde. Niet zozeer dat die persoon zelf door zijn zonde de kwaal had veroorzaakt, maar hierin komt de zonde als het ware openbaar. De zonde heeft een verlammende uitwerking op de gehele mensheid.

De Heere Jezus ziet het geloof en spreekt met liefde tegen deze man in zijn erbarmelijke toestand. Jezus schenkt deze man vergeving. Dat woord heeft een juridisch karakter. Het heeft relatie met de beëindiging van een schuld of straf door een rechter. Zo verklaart God dat je als een vrij man heen mag gaan en dat Hij de straf overneemt.

Als je zelf zo’n verlamde bent, die soms baalt van zichzelf, dan wil God ook jou vrij verklaren. Dat zou toch groots zijn?

De Farizeeën hebben moeite met die vergeving. Dat is namelijk niet iets goedkoops, zeker de vergeving van God niet. Die kunnen we niet zomaar aan elkaar uitdelen. De Joden en de Farizeeën in het bijzonder hadden namelijk een grote achting voor God.

Vergeving van zonden is dat niet al te gemakkelijk en goedkoop? Die vraag leeft echt niet alleen bij hen. Die speelt ook bij veel mensen uit onze tijd en misschien ook wel bij onszelf.

De Farizeeën hebben ook bezwaar, omdat de vergeving van zonden alleen door God kan worden uitgedeeld, want Hij is de gekwetste partij. Hier blijkt dat we in de Heere Jezus ook te maken hebben met God. Hij is bevoegd, bij machte en bereid om vergeving uit te delen. Ook vandaag spreekt God die bereidheid uit.

De Heere Jezus vraagt aan de Farizeeën wat er dan makkelijker is, genezing van het lichaam of van de ziel? Om te bewijzen dat hij bevoegd en bekwaam is om de zonde te vergeven, geneest Hij de man. Het bewijs is geleverd voor hun eigen ogen. De toehoorders, inclusief Farizeeën, waren ontsteld en loofden God.

Wij kunnen deze dienst ook vrij van zonden verlaten. Is dat zomaar mogelijk? Er is wel één ding in dit gedeelte dat van belang is. Jezus zag namelijk geloof. Op het geloof wordt het woord van vergeving van kracht. Dat is slechts één stap, de stap van het geloof, in Jezus richting.

Archieven

Categorieën