24 maart 2019

Wonderbaarlijke genade!

Bijbeltekst: Jakobus 4:6a
Dienstsoort:

Samenvatting

Jacobus is heel confronterend en scherp in zijn brief. Kort gezegd is de boodschap dat
geloof moet blijken uit de praktijk. Jacobus stelt hierbij allerlei zonden aan de kaak, zoals
wereldgezindheid waardoor de gemeente ontregeld wordt. Zo is er sprake van eerzucht,
hebzucht en genotzucht, met ruzie en conflicten als gevolg. Dat terwijl de christelijke
gemeente is geroepen om lief te hebben en gerechtigheid te beoefenen. Met psalm 130
kunnen we wel uitroepen “wie zal dan bestaan?”. Door onze ongerechtigheden kunnen we
geen stap richting de avondmaalstafel zetten. Wij komen echter niet aan de tafel omdat we
in onszelf rechtvaardig zijn en voor God kunnen bestaan. Met ons aangaan betuigen we
echter dat we in de zonden liggen en niet zonder Jezus kunnen.
In psalm 130 staat ook “maar nee, daar is vergeving, altijd bij u geweest”. God geeft (o.a.
wijsheid, zie hoofdstuk 1) en is genadig. Genade is iets ontvangen dat je niet verdient.
God geeft alles: Zichzelf en Zijn eniggeboren Zoon. Jezus wilde Gods wil doen. Hij werd
door God verlaten, zodat wij niet door God verlaten zouden worden. God geeft uit de
volheid van Zijn genade. Maar God vraagt ook: het is gave en opgave, belofte en eis. Het
is “neem mij leven, laat het Heere, toegewijd zijn aan u eer”. God verdraagt het niet als we
van twee walletjes eten; daar wordt God heilig jaloers van. God wil dat we vreugde gaan
vinden in de goede werken die uit het geloof voortkomen. Dat is het getuigenis dat we aan
deze wereld laten zien. Dat gaat veel verder dan wat wij geloven of zeggen.
God geeft iedere keer weer opnieuw aan nederigen (vers 6), die belijden dat ze in de dood
liggen en daaruit verlost willen worden. Deze nederigen hebben de wens om naar al Zijn
geboden te leven, uit liefde en dankbaarheid. Deze mensen roept God op om deel te
nemen aan het heilig avondmaal, ondanks al onze eerzucht, hebzucht en genotzucht. God
zegt dan dat we rechtvaardig en heilig zijn in God, ondanks al onze zonden en zwakten.
We vieren het avondmaal tot onze hulp en troost. Het heilig avondmaal is niet als een
etalage waarin ons geloof getoond wordt, maar als een oase waar het toonbeeld van het
geloof, Jezus Christus, getoond wordt. Wij mogen het heilig avondmaal tot Zijn
gedachtenis vieren en het geloof mag hierdoor versterkt worden.

Amen.

Archieven

Categorieën